Waar autopech toe leidt. 

Afgelopen zaterdag gingen we met Mr en Mrs RoodRunner bij Brr, Npzss, neef D en nichtje N baarbekuwen. Alweer ja. 

Het was vreselijk gezellig en reuze lekker. 

Na het eten had Mr RoodRunner nog een probleem dat we moesten oplossen. 

Twee weken geleden had Mrs RoodRunner pech met hun auto. Ergens midden tussen verweg en bijna thuis. Erg onhandig, zo’n tweehonderd km vanaf beide bestemmingen. Afijn. De auto kreeg een tijdelijk logeeradres, Mrs RoodRunner werd gerepatrieerd en er werd een auto geleend voor het autoloze tijdperk. 

In die (van de moeder van Mr RoodRunner) geleende auto lag een cd. Met de naam van de zus van Mr RoodRunner erop. Samengesteld door hun beider broer (dj. Volgt u het nog?). 

De cd bevat allerlei Nederlandstaligs. Liedjes vooral. Eén liedje intrigeerde Mr RoodRunner nogal. Hij wist niet van wie het was, dus of wij konden helpen dat uit te zoeken. Dat hebben we geweten. 

Eerst duurde het een tijd voordat Brr de computer zo ver kreeg dat hij de cd wilde afspelen. Daarna was het zo voor elkaar: de telefoon van Brr herkende het nummer toen het werd afgespeeld. Het bleek ‘De lucht was blauw’ van Wesly Bronkhorst te zijn. 

Brr zocht iets verder en vond de Official Video van het liedje. Hij begon hem te bekijken. Vertrok zijn gezicht al na een paar seconden. En vertelde ons dat we dit écht, maar dan ook écht móesten zien. 

Dus zette hij het filmpje op het tv-scherm. O jongens…

Zei ik vorige week dat we foute clips keken? Dat had ik te vroeg gezegd. 

De tránen rolden ons over de wangen. Buikpijn. Sorry Wesly…

Ik kan niet anders dan jullie aanraden de clip te bekijken. Geen warme drank (of überhaupt een vol glas) in je hand houden als je gaat kijken. Ook niks breekbaars. 

En dat allemaal door autopech.

Leuven -deel 2

We sliepen heerlijk in onze torenkamer. Na een douche in de ieniemienie-badkamer vervoegden we ons in het restaurant voor het ontbijt. Een uitgebreid buffet!

We wilden vandaag graag eerst naar het museum. Na het ontbijt verzamelden we onze spulletjes en gingen we op pad. Er was vanalles te doen op straat, er was een feestmarkt op het Ladeuzeplein en ook elders stonden kraampjes. 

Omdat het museum pas om elf uur openging dronken we eerst koffie op het terras. Met uitzicht op de feestmarkt en vooral op de bezoekers.  

 

In het museum beginnen we helemaal bovenin. Vanaf het dakterras kijken we over de stad. Het museum is niet heel hoog, maar je kunt wel redelijk wat van de stad zien. 

Er is een tentoonstelling van werk van Peter Buggenhout. Hij maakt van allerlei afval of overbodige spullen een soort sculpturen die hij met grote hoeveelheden (huis)stof bedekt of bijvoorbeeld overgiet met varkensbloed. Ik kan hier helemaal niks mee…

Wel intrigerend zijn de werken van Jessica Warboys. Zij bewerkt stukken stof door ze bijvoorbeeld een tijd in zee te leggen of in fotogevoelig materiaal te drenken.  

Het geeft mooie structuren en vormen. Daarnaast zijn er ook schilderingen en houten beschilderde constructies van haar te zien. 

In het museum is een grote tentoonstelling over zilver. Gebruiksvoorwerpen, religieuze (gebruiks)voorwerpen, sieraden, prijzen en ordetekens van gildes of schutterijen: het is er in alle soorten en maten te zien. 

Tot slot nog de vaste collectie met Vlaamse meesters, beelden en andere schilderkunst. Ook erg mooi. 

Het gebouw waar het laatste deel (of eerste, als je wel de goede volgorde aanhoudt) van de collectie in is ondergebracht is al een museum op zichzelf. Er liggen bijvoorbeeld een paar schitterende houten vloeren.  

     We sluiten ons bezoek af met een lunch in het restaurant van het museum, waar je allerhande burgers kunt eten. Lekker!

Na het museum gaan we op zoek naar de wolwinkel die we gisteren al gezien hadden. Vandaag is die wel open!  

’t Wolwinkeltje in de Parijsestraat. Een inderdaad niet zo grote winkel, maar ze hebben er wel veel!

Gelukkig is wol niet zwaar om te dragen, want we willen nog meer doen. Naar de Sint Michielskerk bijvoorbeeld. Een barokkerk en één van de acht ‘wonderen van Leuven’. De gevel is uitbundig versierd maar binnen lijkt het alsof je in een heel andere kerk bent binnengestapt. Modern, laag schrootjesplafond, nieuwe glas-in-lood-ramen: totaal anders dan je van buiten zou verwachten. 

Na de kerk gaan we naar de Bibliotheektoren. De bibliotheek is zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog verwoest en na beide oorlogen weer opgebouwd met hulp uit het buitenland. Als symbool voor wederopbouw, samenwerking en verbroedering. De toren biedt een mooi uitzicht over de stad. Het is gelukkig goed helder, dus we kunnen ver kijken. Maar pas als we eerst een vrijwel eindeloze wenteltrap hebben beklommen. Dat is best desoriënterend… De trap levert, vanaf buiten gezien, wel een mooi plaatje op overigens:  

Na beklimming en afdaling van de toren (waarin op verschillende verdiepingen het verhaal van de verwoestingen en wederopbouw wordt verteld) kijken we nog wat rond in de hal en om het hoekje van de studiezaal. Deze is volop in gebruik. 

Boven de ingang:  

  


Inmiddels is het al eind van de middag en zijn we wel weer toe aan wat te drinken. We zagen eerder al Four-tea-four. Dat zag er leuk uit. De koffie en thee blijken er ook nog goed en ze hebben ook nog servies en dergelijke met leuke printjes te koop.  

Hierna gaan we even naar het hotel, met de beentjes omhoog!

’s Avonds eten we bij een Nepalees restaurant, Namaste. We bestellen de Namaste Special Thali en zijn benieuwd wat we precies gaan krijgen. Nou, dit:  

Het is héérlijk!

Als toetje eten we mangolassi en rijstepap met vanille-ijs. Ook lekker.  


We sluiten af met een kopje koffie op de Oude Markt en rollen daarna voldaan onze torenkamer weer in. 

Pinksterzaterdag

Zaterdagochtend. Meneer K:)dootje gaat sporten. Normaal maken we daarna de boodschappenlijstjes en maaltijdplanning (andersom natuurlijk) en doen we dan de weekboodschappen (groenteboer, kaasboer, lunch-met-tosti, slager, bakker, huis, supermarkt, huis). Deze zaterdag heeft Meneer een afspraak die maakt dat de planning en boodschappen op mijn bordje terechtkomen. Ergens in het activiteitenrijtje (waarin lunch-met-tosti deze keer geschrapt is) een plensbui zodat het bezoekje aan de supermarkt met de auto gebeurt. 
Daarna is het weer heerlijk weer dus stap ik op de fiets voor een rit door het mooie Zeeuwse landschap naar Brr en Npzss en natuurlijk neef D en nichtje N. Vanmorgen om zeven uur vroeg neef D al of Tante Jet nou kwam, want dan gingen we baarbekuwen.

Onderweg op de fiets kom ik de profs die de World Ports Classic tegen. Bijzonder om te horen, zo’n grote groep wielrenners. Bandengeruis, draaiende trappers en kettinggeratel maken bij elkaar veel meer lawaai dan ik me had voorgesteld. In een flits zijn ze voorbij. 

Aangekomen op de plaats van bestemming heb ik eerst een gesprekje met D door de brievenbus. ‘Tante Jet?’ ‘Ja?’ ‘De deur is nog op slot!’ Als ik binnen ben kunnen we wel gaan baarbekuwen. Uiteindelijk is het ook goed als we nog even op Meneer K:)dootje wachten en nog wat boodschappen gaan doen. 

Boodschappen kan op de fiets, want ik heb de mijne immers ook mee. Wel kleed ik me eerst even om in iets minder plakkerigs. Het was toch te warm voor 23 km doortrappen met lange mouwen… 

In de supermarkt bezorgen we niemand ernstige blessures met het mandje op wieltjes. Ook missen we op een haartje een flinke stapel bierglazen. We meten neef D nog even op met behulp van twee stokbroden (‘Op elkaar zijn ze groter, maar naast elkaar niet’)

Na weer een stukje fietsen (‘Tante Jet?’ ‘Ja?’ ‘Ik zie de onderkant van jouw fiets! En van jou! Daar, op de grond!’ ‘Ja, de schaduw, leuk hè?’) pakken we de boodschappen uit en mogen we alvast koken. Gehakt snijden (ja, echt), kneden, balletjes maken en in spek rollen. Nétjes naast elkaar op een bordje leggen. Knoflook snijden, peper malen, de pepermolen uitelkaar halen en weer in elkaar zetten, zout malen, de zoutmolen uitelkaar halen en weer in elkaar zetten, olie bij de knoflook doen, roeren met een lepel, roeren met een vork, vlees snijden, opschuiven voor nichtje N, vlees door de olie roeren, opschuiven voor nichtje N die de keuken even poetst, nog meer vlees roeren, folie over het bakje, bakje in de koelkast, nieuw bakje, andere dingen erin, roeren, schuiven, roeren, vlees snijden, schuiven, vlees door de ‘saus’ roeren, folie, koelkast, dag zeggen tegen Meneer K:)dootje, ‘o, er zijn toch geen satéprikkers’, garnalen tellen, knoflook persen, olie met knoflook roeren, peper malen, niet nog een keer de pepermolen uitelkaar halen, zout malen, folietje, met Ome Jejoen paprika snijden, met nichtje N garnalen één voor één in een bakje doen, kijken naar ‘heel veel stof’ in de tuin ‘o, dat is rook’, stokbrood snijden en dan even zitten en broodjes met kruidenboter of kaas eten. 

Nadat alle vleesjes en garnalen aan stokjes zijn geregen (waar Npzss nog even om was gefietst) is de baarbekuuw inmiddels warm genoeg. Eten!!!!

Na uitgebreid proeven concluderen we dat we lekker hebben gekookt. Dat vieren we met aardbeien met ijs en slagroom en hagelslag. 

Daarna is het toch echt echt écht tijd voor N en D om naar bed te gaan. Ja, echt. Het is ook snel stil…

Wij drinken nog koffie. Met spullie. En nog wat. Met knabbels. We kijken videoclips. En foute videoclips. En foute videoclips van foute liedjes. En foute suggesties van Google naar aanleiding van de foute videoclips van foute liedjes. En verzoeknummers. Nadat we zijn aanbeland bij ‘Rubberen Kaplaarzen’ wordt het tijd om op te doeken. Meneer K:)dootje frommelt mijn fiets in de auto en ik rijd de auto naar huis. Groentekat is zo blij dat we thuis zijn dat ze haar brokjes weer uitspuugt op de slaapkamervloer als we net in bed liggen. Joepie. 

Gelukkig mogen we uitslapen, Nijntje staat immers pas om tien uur 😉…

Leuven deel 1

Het is natuurlijk alweer veel te lang geleden dat ik iets schreef. Niet dat ik niks beleefde, maar het kwam er even niet van erover te schrijven. Ik ga proberen het goed te maken.

Afgelopen weekend hadden mama en ik ons traditionele weekendje weg. De mannen zijn dan varen, wij gaan op stap. Naar Leuven dit jaar. 

Donderdagochtend stapten we in de auto met in ons hoofd een aantal dingen die we wilden proberen te doen. We maken nooit echt een plan, we boeken een hotel en bekijken wat er allemaal te beleven valt en wanneer we wat doen zien we dan als we er zijn. 

Vast programmapunt is wel dat we na aankomst de VVV zoeken voor een stadswandeling of iets degelijks. Zo ook deze keer. Na een uiterst vriendelijk en behulpzaam welkom door de jongen bij de receptie van het hotel liepen we naar de VVV. Die was vlakbij, het hotel lag in het centrum en dat centrum bleek ook nog eens niet zo uitgestrekt. 

We kochten een setje stadswandelingen en een soort passe-partout voor een aantal bezienswaardigheden. Voor het bezoek van het Stadhuis moesten we een datum kiezen, we besloten dat meteen diezelfde middag te doen. 

Na de VVV was het eerst tijd voor lunch. Op een terras op de Grote Markt aten we een broodje terwijl we uitzochten welke wandeling we zouden gaan doen. We moesten immers op tijd terug zijn voor de rondleiding in het Stadhuis. 

Na het broodje dus snel op pad. Wat een mooie stad! Veel te zien, een heel rijke historie zowel als handelsstad als als studentenstad. En er is nog steeds volop reuring. 

Natuurlijk maakten we (een paar) foto’s tijdens de wandeling. Een impressie:  

  

  

  

  

 

Daarna hadden we nog genoeg tijd voor een kopje koffie op een terras voordat de rondleiding door het Stadhuis zou beginnen. 

Binnen was het wat te donker om foto’s te maken, ik fotografeerde wat details.  

  

 

Inmiddels hadden we al behoorlijk wat gelopen dus we togen naar onze torenkamer om even uit te rusten. We maakten plannen voor het eten (‘in de Muntstraat zitten heel veel restaurants, zullen we daar doorheen lopen en wat uitzoeken?’ ‘Goed idee!’), haakten en puzzelden wat. En we hoopten dat het zou ophouden met heel hard regenen, wat het inmiddels deed. 

Gelukkig werd het tegen half zeven wat lichter buiten dus gingen we weer op stap. We kwamen uiteindelijk terecht bij Troubadour, een Belgisch-Frans restaurant. Heerlijk gegeten, gezellig gezeten en over vanalles en nogwat gepraat. Uiterst voldaan en tevreden keerden we terug naar het hotel. 

Leuven is leuk!

Wereldpuzzel

Donderdag kreeg ik van Lies een berichtje dat ik nog even moest wachten op een Grote Verrassing. Gelukkig ben ik reuzegoed in geduld…. 

Pfff…

Gisteren hielden we een spontane vrijmibo. En kreeg ik de verrassing alsnog. 

 Een geweldige puzzel van een wereldkaart.
 Duizend houten (!) stukjes. Nou ja, misschien iets minder, zo kondigde Lies aan. 
Natuurlijk begon ik er vanmorgen meteen aan. Puzzels zijn geweldig, kaarten ook en oude kaarten helemaal. Een onweerstaanbare combinatie dus. 

 Ja, hier mist nog een stukje van de rand. Maar dat bleek er wel te zijn. 

Het wereldbeeld vervolmaakte zich vlot:  
Uiteindelijk bleek er maar een stukje te missen. In het heel hoge noorden.  

  

Mooi hè? Er staan een heleboel belangrijke scheepvaartroutes op, erg leuk. En natuurlijk is de wereld sinds 1973 een hoop landen armer en rijker geworden. (De schaduw die je ziet is van mij. Op een stoel.)

Deze puzzel mag nog even blijven liggen. Veel te leuk om naar te kijken om alweer op te ruimen.

Eetgezelligheid

Regelmatig doen zich hier eetproblemen voor. Dat klinkt veel erger dan het is. Meestal bestaan de problemen uit ‘vergeten vlees uit de vriezer te halen’ of ‘teveel gekookt voor z’n tweeën’ of ‘dat is heel lekker maar kun je alleen in grotere hoeveelheden kopen’. Dit soort problemen kunnen meestal gemakkelijk opgelost worden met dezelfde oplossing: eetgezelligheid. 

Wat dat is? Gezelligheid met eten. Moeilijker is het niet. 

Hoe je dat doet? In ons geval door een eenvoudige kreet (‘Help!’) de wereld in te slingeren via het een of andere kanaal. 

Zondag ging het als volgt. Berichtje van Lies: ‘Zin in Indiaas avondeten?’. Maar natuurlijk. Nog een berichtje: ‘Maar ik heb geen toetje.’ O. Nou: ‘Wij hebben nog Délice de Bourgogne, Époisse en boeren Camembert. Is dat wat?’. Dat was wat. Vervolgens:  

‘Ik heb toch een toetje!’

En zo hadden we ineens een drie gangen diner voor vier personen met koffie met lekkers als nazit. 

 

 Indiaas.   Frans. 

Best een prima combinatie. 

Eetgezelligheid dus. 

Pic-post

 

Gisteren kreeg ik pic-post van de allerliefste Vrouw Haaksma. Een Heel Dikke Envelop. Met stempels erop. En hartjesplakband (nogal veel, om eerlijk te zijn).  

  Erin zat een heleboel leuks. En nog een gestempelde envelop.  

  Daarin zat een (verlate maar niet minder gezellige) verjaardagskaart.  

  En nu ben ik dus aan het borduren. Want ja, met cadeautjes moet je zo snel mogelijk gaan spelen.  

Natuurlijk laat ik het eindresultaat nog een keer zien. Het is verslavend… 

Dank je wel liefste Piccarella!

Tekenen

Nee, tekenen kan ik niet. Althans, als het ‘volgens de regels’ moet. Dus met perspectief, of verhoudingen, of dat het ergens op moet lijken. Daarvoor moet je niet bij mij zijn. 

Ik doe het misschien ook veel te weinig om er iets van te kunnen maken. Maar de enkele keer dat ik me er dan toch aan waag vind ik het best leuk. Als ik eenmaal weet wat ik ga tekenen dan toch. 

Vandaag waagde ik een poging. Beetje potlood, veel gum, pennetje en Oostindische inkt.  

  Daarna lekker knoeien met pastelkrijtjes (pas op, dat zit meteen óveral!).  

Lekker hoor, een regenachtige zaterdagochtend.  

Paasbarbecue

Hoewel we het barbecueseizoen nooit afgesloten hebben (kijk maar) hebben we het eerste paasdag wel weer geopend. Dat blijkt dus te kunnen, iets wat niet gesloten was openen. En hoe. 

   Joe was in zijn nopjes.  

  Terwijl Joe zich opwarmde genoten wij van een rijk assortiment kaas. Die met de roze spikkels is wensleydale, de favoriete kaas van Wallace. Wij begrijpen hem niet zo goed. Beetje weeïg, zoet. Gelukkig hadden we ook époisse, camembert, chaumes, délice de Bourgogne, gruyère en, eh…. Die Hollandse kaas met blauwschimmel. Vraag maar aan Lies wat dat is. 

  

Uiteraard ging de seizoensopening gepaard met de voortzetting van de competitie ‘hoe hoog gaat de kurk?’. Deze crémant de Bourgogne kwam ruim boven de dakgoot.  

 Wat we aten?  

  

 Bijgerechten. Uiteraard. 

 

Maar ook procureurlapjes,  

 lamskoteletjes zonder gepofte knoflook, merquez (zonder plaatje) en een klein stukje  

  

gerookte makreel. We hadden eigenlijk al genoeg maar wilden toch proeven. Conclusie: test geslaagd, ook makreel laat zich prima op deze manier roken. 

Na de koffie met paasdingen rolden we vol en zoet ons bedje in.  

 Dat we maar weer vaak mogen barbecuën! 

Nog meer paastraditie

Mijn middelbare school was vroeger onderdeel van een klooster. De volledige naam was dan ook een hele mondvol: Rooms Katholiek Gymnasium Juvenaat Heilig Hart. In de volksmond Juvenaat of kortweg ’t Juuv genoemd. 

Geweldige school, mooie tijd gehad, maar daar ga ik het nu niet over hebben. 

Hoewel de vroege basis dus grondig katholiek was en dat wel terug te vinden was in de cultuur op school gebeurde dat niet evangeliserend. Wel was er veel aandacht voor normen en waarden en de geschiedenis van de cultuur die we in Nederland kennen. Met, zoals het een goed categoraal gymnasium betaamt, een duidelijk herkenbare saus van Romeinse en Griekse cultuur. 

Afijn. Uit die tijd stamt voor mij een paastraditie. In enig jaar werd er op Goede Vrijdag geen les gegeven maar werd in de gymzaal aan de hele school (ca. 400 leerlingen) de film Jesus Christ Superstar vertoond.

   Hoewel de vertoning wat hobbels kende (doorgebrande film) vond ik de film indrukwekkend. 

Voor mij hoort het kijken van de film of het luisteren naar de muziek ervan bij Pasen. Gelukkig hebben mijn ouders de dubbel-lp in de kast staan en deed ik Meneer K:)dootje vorig jaar een platenspeler cadeau. De rest van de middag zit ik daar dus naast vandaag.