Nou, ooit studeerde ik in Rotterdam. Daar leerde ik Femke kennen. Waar ik na mijn studie terugkeerde naar Zeeland, woont Femke nu in Delft. Dat is best een eind uit elkaar, zeker met werk en dagelijks leven.
Maar goed, af en toe lukt het om af te spreken en bij te kletsen. Dit keer stelde Femke voor een theatervoorstelling te bezoeken, in Gouda dus.
Het ging om de voorstelling Kron-kel, van Theaterwerkplaats Hersenkronkels, een theatergroep bestaande uit mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). De voorstelling gaat over leven met NAH, wat voor impact dat heeft, op jezelf en de omgeving. Hoe je zult moeten leren ermee om te gaan, het te accepteren, want het gaat nooit meer weg.
Het was geweldig. Heel knap gedaan, zo’n heftig onderwerp gebracht op een heel mooie manier. Indringend, om stil van te worden en stil bij te staan, en met veel humor. Enorm de moeite waard.
Kun je iets openen als je het nooit helemaal sluit?
Hoe dan ook: we ‘openden’ het barbecue-seizoen, spontane edities, jaargang, eh…
Wij graasden door vriezer en koelkast, kochten wat aanverwante zaken, klusten een dressing. Lies bakte (stok)brood, graasde door vriezer en koelkast en Yep had, heel toevallig, nog een aangebroken fles witte wijn.
Feestje. Weer.
O, en, mooie bijkomstigheid: de uit Engeland meegebrachte nieuwe oude wijnglaasjes doen het.
De hele wereld kruipt uit zijn schulp, zo lijkt het. Ondanks de Maartse buien die we gisteren en vandaag over ons heen krijgen is niet te missen dat het groeiseizoen in vole gang is.
In mijn bijkeuken staan de eerste plantjes zich naar het licht te buigen (minstens eens per dag draaien is het devies).
Buiten hebben de voorgezaaide erwtjes nog niet op het raam geklopt om om wantjes en mutsjes te vragen, dus ik hoop dat die binnenkort ook opkomen.
En in het bos?
Daslook! In overvloed!
En de brandnetels zijn ook al boven!
Dus:
Ik maakte daslookboter. En we aten ovenschotel met prei en daslook.
En ik plukte brandnetels.
Die gingen in de risotto.
En toen Lies gisteren appte of ik gewildplukte winterpostelein wilde was het antwoord uiteraard volmondig (nee, niet met volle mond, dat is onbeleefd): ja!
En zo aten we stamppot met winterpostelein. En zongedroogde tomaat, pijnboompitten en blokjes kaas.
Had ik al gezegd dat het wildplukseizoen is geopend?
De pianostemmer was er vandaag. Het was nodig, na twee jaar (oeps…), al kan onze piano gelukkig best goed tegen een beetje verwaarlozing.
Ik vind het altijd weer fascinerend, het binnenwerk van een piano. Hoe alles samenwerkt om te komen tot muziek.
Deze keer was er een kleine hapering in de samenwerking. Een toets had een (te) grote vrije slag, wat maakte dat hij bij zacht aanslaan meestal geen geluid produceerde. De pianostemmer vroeg me na enig onderzoek of ik een aansteker had met een lange uitloop (of hoe heet dat?). Een wát??
Ja, echt.
Een aansteker.
Een van de hamertjes was een beetje kromgetrokken en belemmerde daardoor zijn buurman. Die bleef dus hangen en dat zorgde voor die vrije slag. Met de aansteker heeft de pianostemmer het hamertje weer recht ‘gestookt’, zodat de buurhamer weer vrij kan bewegen.
Toen ik student was, of misschien net daarna, kocht ik BK pannen. Pannen waarvan het deksel, als je het een kwartslag draait, blijft hangen achter de handgrepen bij het afgieten van de pan. Handig! Die handgrepen waren er in verschillende kleuren, maar de zwarte waren ovenbestendig, dus koos ik zwart. Al denk ik niet dat de pannen ooit in de oven zijn gegaan, maar dat terzijde.
De pannen doen nu, ongeveer 25 jaar later, nog trouw dienst. Alleen is inmiddels de kunststof van de handgrepen verteerd. En dat geeft vreselijk af.
Omdat destijds werd aangegeven dat de handgrepen verwisselbaar waren, nam ik een kijkje op de website van BK. Wie weet!
En jawel! Nog steeds verkrijgbaar! Zelfs de pannen zelf (Q-linair) zijn nog verkrijgbaar. Dus ik kocht zes nieuwe handgrepen, en nu hebben we weer een keurige pannenset.
Tweede kerstdag hadden we het onder andere over wilgen knotten en takken zagen. Lies vertelde over de beugelzaag die ze daarvoor gebruikte, en de avonturen bij de eerdere aanschaf van een nieuw zaagblad daarvoor. Toen ter sprake kwam dat Meneer K:)dootje naar de Welkoop wilde om de collectie werkschoenen te bestuderen, spraken we af dat we een zaagblad zouden kopen voor Lies. We kregen het oude blad mee.
Tot nu toe zaagde ik het kachelhout met de schrobzaag. Die is eigenlijk voor jong / vers hout. Toen we het over de beugelzaag van Lies hadden, meldde Meneer dat wij óók een beugelzaag hadden. Maar dat daarvoor dan wel ook een nieuw blad gekocht zou moeten worden.
Ik wist niet van het bestaan van onze beugelzaag (…), maar toen Meneer hem me de volgende dag liet zien, besloten we dat de aanschaf van een nieuwe een goede investering zou zijn. Niet vanwege de staat van de oude, die was prima. Maar vanwege het feit dat ik eerst op krachttraining zou moeten om die zaag een beetje lekker en vooral wat langer achter elkaar te kunnen hanteren.
Met een zaagblad in kerststerrenpapier en vol goede moed togen Meneer en ik naar de Welkoop. Ik bleek er nog nooit geweest te zijn, en dat is misschien maar goed ook. Het is een hebberig makende winkel voor tuiniers.
Gelukkig bleken het gewenste zaagblad én het goede formaat beugelzaag voorradig. En vond ik nieuwe roze tuinhandschoenen. En een nieuwe deurmat voor bij de achterdeur, waar Joep niet meer lángs kan lopen of overheen kan springen met z’n modderpootjes (ik gok op in elk geval twee min of meer schone pootjes bij binnenkomst). En nieuwe klompen die aan de grote kant maar daardoor wel breed genoeg zijn.
Ik had niet eerder sjiek versierde klompen
Vandaag zaagde ik, met de nieuwe zaag, de rest van de stapel meters van de tuin.
OpAangevuld
Ter vergelijking nog de oude en de nieuwe beugelzaag
De nieuwe (donkeroranje) heeft een zaagblad van ca 53 cm
O ja, en Meneer vond ook nieuwe werkschoenen. Daar was het immers om begonnen.
Een relatief recente kersttraditie is dineren op de volkstuin op tweede kerstdag. Dat is natuurlijk geen uitgebreid zes-gangen-drie-sterren-diner, maar met de barbecue, houtkachel en klein gaspitje komen we toch een heel eind.
Dit jaar hadden we een uitgebreide kaasplank bij de borrel, daarna een heerlijke visfilet van de barbecue met op de kachel opgewarmde latkes en een koolsalade. Het toetje brachten we mee uit Engeland:
Christmaspudding met snowball curd
De pudding, de kleinste die we konden vinden want ‘machtig is nog zacht uitgedrukt’, moest garen/opwarmen door hem een half uur te stomen. Enter houtkachel.
Het duurde iets langer dan een half uur, omdat het wat tijd kostte voordat het water kookte (dat kán ermee te maken hebben dat het water een aanvangstemperatuur van net boven nul had…), maar we hadden de tijd.
Het werd een heel keurig, schattig puddinkje.
En geportioneerd, met de curd erbij, een zeer aangenaam en beschaafd kerstwaardig toetje.
Het was dan wel een van de koudste kersten die we tot nu toe op de tuin hebben gevierd, maar zeker weer een heel warme. Met maar een klein beetje hulp van thermo-ondergoed ;).
Op de volkstuin* staat een aantal knotwilgen. Daar komen elk jaar de nodige takken vanaf, die Lies in meters portioneert. En een deel ervan nog wat kleiner, voor de kachel in het tuinhuis. Of de kachel bij hen thuis.
Een deel van de meters ligt echter de volgende winter nog in het houthok op de tuin, een beetje in de weg voor de volgende jaargang meters. Nou ben ik wel een beetje een pyromaan (erfelijk belast. Mijn beide opa’s stookten erop los als ze de kans kregen), dus Lies weet inmiddels in welke richting ze haar hulpkreet (lokroep?) moet richten.
Vandaag haalden Meneer en ik de lichting ‘restant 2024’ op. Drie kruiwagens, een kofferbak.
Omdat het nu mooi weer is, omdat ik tijd had, en koe en horens, toog ik aan de zaag.
Resultaat:
Het lege deel van een van de houtkasten is weer aardig gevuld.
En de stapel is alvast de helft kleiner. en mijn stappenteller denkt dat ik heeeeeeel veel stapjes heb gezet.
*Van Yep en Lies, maar dat ga ik er niet meer steeds bij zetten…
Een krans aan de voordeur. Dat hoeft voor mij niet het hele jaar door, maar rondom kerst vind ik het wel leuk.
Toen we hier kwamen wonen maakte ik er een van kunsttakken, dennenappels, een kralenslinger en een glitterslinger. Die ging jaren mee.
Daarna maakte ik een krans van pompoms, van rode, groene en witte ‘wol’, die ik op een uit karton geknipte cirkel lijmde. Als het echt slecht weer was waaide de krans weleens om en kon iedereen de verhuisdoos bewonderen…
Inmiddels begon de pompomkrans een beetje in verval te raken. Maar ja, wat dan? Toen we onlangs in Engeland waren kocht ik bij Marks & Spencer een doos met 49 onbreekbare kerstballetjes in allerlei kleuren, met het idee daarmee ‘iets kransigs’ te doen. Op een ander moment diezelfde vakantie waren we bij Ruxley Manor. Da’s in deze tijd van het jaar een soort hemel voor kerstversieringliefhebbers.
Met alleen al rondlopen kun je volstrekt genoeg krijgen van kerst. Gelukkig gebeurde ons dat niet, en we kochten zelfs een paar dingen. Dat ze ook een zeer goed uitgeruste verswarenafdeling hebben, hielp daarbij wel.
De uitspatting die ik niet kon weerstaan was een disco-glitter-regenboog-eenhoornslinger. Of eigenlijk twee slingers. (Meneer K:)dootje vond het goed!).
De slingers gingen in de kast in afwachting van kerst, de gekleurde balletjes lagen te wachten tot ik de juiste basiskrans gevonden had. Duurde even.
En toen maakte mijn brein een gekke zijsprong, en nu hebben we een discokrans aan de deur.
Eenvoudige instructies (fijn!): doe de mix in een kom, doe er een flesje (eigenlijk net iets meer) bier bij, roeren en doe het beslag in de bijgeleverde vorm. Paar klontjes boter erop en schuif het in de voorverwarmde oven.
Niet kneden, niet rijzen: simpel dus.
Na drie kwartier was het broodje klaar. En lekker! Luchtig, een bertje cake-achtig. Wat zoetig en in de nasmaak wat bitter: bierbrood dus.
Het deed het goed bij de preisoep van de too good to go.