Bamboetrui

Een aantal jaar geleden kocht ik bij Jeanet Jaffari van Blij dat ik brei negen bolletjes Vinnis Colours Serina, een bamboe garen, in drie kleuren: roze, ROZE en paars. Mooi glanzend garen en met een subtiele variatie in de kleur. Ik kocht het destijds met het idee er een shirtje/hemdje met granny squares van te haken.

Toen het garen er een tijdje lag, bedacht ik dat het geen vierkantjes gingen worden (ik houd niet zo van draadjes afhechten en evenmin van het in elkaar naaien van haak- en breiwerk…), maar een gehaakt vestje. Toen ik een eindje onderweg was, beviel dat me toch niet, dus haalde ik het weer uit.

Het garen wachtte min of meer geduldig op het volgende idee. Lees: steeds werd mijn blik erheen getrokken als ik in mijn voorraad rommelde.

Twee (?) jaar geleden ging ik weer breien. Dat kon natuurlijk ook met dat garen! Een trui met een V-hals, met strepen. Dat was wel wat.

Intussen had ik een boek gekocht over het breien van ‘van-boven-naar-beneden-truien’, dus zonder naaiwerk. En die je onderweg kunt passen.

Na een valse start (je moet wel álle instructies netjes volgen, zucht…) ging het wel goed.

Zoiets. Al bleek op dit moment dat dat ik dat passen eerder had moeten doen. Twee maten te groot. Tsja…

Vol goede moed weer uitgehaald en begonnen aan editie vier: Dit keer wél op tijd gepast én alle instructies gevolgd. Zou het dan toch een trui worden? Nu bleef de vraag nog over of ik genoeg garen zou hebben.

Voor één lange mouw in elk geval wel. En het leek erop dat er nog genoeg was voor de tweede ook.

De ROZE was het verst op, en daar moest ik het laatste stuk mee breien. Dus het bleef spannend.

Maar: jawel! Genoeg!*

Net echt, toch? Nu alleen nog even een extra steekje in de punt van de V-hals maken omdat daar een wat te grote steek zit en dus een gaatje. Maar de trui kan mee op vakantie, waar ik hem vast niet nodig ga hebben.

*met dank aan mams voor het maken van de foto en het verduren van mijn ‘ik wíl eigenlijk helemaal niet op de foto’-commentaar.

Uitdaging aanvaard!

Wanneer het precies was, weet ik niet meer. Maar ergens, een paar jaar geleden, vertelde Manda* me dat ze op vakantie in een dorpje winkels had gezien met geborduurde openingstijdenbordjes. Sinds die tijd zit dat in mijn hoofd, zo werkt mijn hoofd nou eenmaal.

Omdat mijn oma vroeger veel borduurde en ik de restanten daarvan al járen geleden erfde, knaagde het behoorlijk luidruchtig achterin mijn schedelpan.

Een project met het geërfde garen dat mijn mams en ik al 25 jaar geleden begonnen. Nog steeds leuk, en af en toe doe ik weer een stukje.

Uiteindelijk werd de drang om te beginnen dit voorjaar te groot. Eerst even aan Manda gevraagd of ze het leuk zou vinden. Nou, daar was geen twijfel over mogelijk: ‘wil je dat écht doen?’.

Of ze ideeën had over de kleurstelling, vroeg ik. ‘Alle kleuren die je hebt’. ‘Weet je dat zeker?’ ‘Jaaaaaaaa!’

Ok.

Na een dag tekenen (het alfabet dat ik wilde gebruiken lag al sinds het eerste begin klaar, zo erg was het) zag ik sterretjes, maar was het ontwerp klaar. Millimeterpapier is scheelmakend…

Ik vond het spannend of mijn zelfbedachte letters in geborduurde vorm goed leesbaar zouden zijn, maar: hoera!! Dat waren ze.

Toen de letters klaar waren moesten er natuurlijk nog plaatjes bij. Op aanraden van mijn allerliefste pic** verdwaalde ik grondig op Pinterest, maar vond ik wel allerlei leuks.

Met als eindresultaat het bovenstaande plaatje. De lijstenmaker is met vakantie, dus nog niet netjes strak en recht, maar ik ben er te blij mee om het niet alvast te laten zien.

Dus: binnenkort in het echt te bewonderen bij De Koperen Tuin: het resultaat van de uitdaging!

* Manda Heddema, eigenaresse van een van mijn favoriete winkels: De Koperen Tuin

** Vrouw Haaksma, borduurkoningin

Slijmerig

Van die grote bruin-met-oranje naaktslakken. Is er iemand die ze leuk vindt? Ik vind ze in elk geval víes!

Onze tuin is ervan vergeven, helaas. Dat betekent dat zaadjes die er nog slechts over denken te ontkiemen al worden opgegeten. Plantjes die het lukt hun kopje boven de grond te steken worden meteen onthoofd. Iets grotere plantjes die door mij geplant worden zijn in geen tijd verdwenen. En grote planten worden ernstig verminkt.

Behalve uiteraard alles wat we niet in de tuin willen. Klaver in alle soorten, zevenblad, gras, uitgezaaide bramen, een schattige-roze-bloemetjes-met-springpeul-uitzaai-mechanisme kruid, paardebloemen: blijven allemaal onaangetast.

Al een paar jaar hebben we zo’n explosie van slakken. De huisjesslakken worden nog een klein beetje beteugeld door diverse vogels, maar ook daarvan kruipen inmiddels exemplaren formaat wijngaardslak door de tuin.

Een effectieve oplossing vond ik nog niet. Slakkenkorrels is geen optie, vanwege de hoeveelheid katten die onze tuin bezoeken. Inclusief Groentekat, uiteraard.

Afgelopen week bezocht ik met mams het tuincentrum om nieuwe plantjes voor de groentetuin. ’s Middag heb ik ze meteen geplant en ’s avonds maakten Meneer K:)dootje en ik biervallen: bekertjes gevuld met bier, ingegraven tussen de plantjes.

De volgende ochtend hengelde ik twaalf lijken uit de bekertjes. Maar uiteraard waren de plantjes toch aangevreten. Gisteravond ving ik, samen met Meneer K:)dootje, een klein emmertje vol slakken. Die mogen met de GFT-vak mee. Als dit geen tuinafval is…

Met mams kocht ik ook koperband. Dat zou moeten werken tegen slakken. Vandaag maakte ik met behulp van oude tabbladen en insteekhoesjes beschermrondjes voor de plantjes. Dus nu ziet de tuin er zo uit:

Vanmorgen waren de slakken in de groenbak grotendeels al omhoog gekropen tot tegen de binnenkant van het deksel. Toen ik de bak opendeed, bleven er zelfs slijmdraden tussen het deksel en de bak hangen. Zó verschrikkelijk VIES!! We hebben nu toch maar een massamoord beraamd en slakkenkorrels in de bak gestrooid nadat we de slakken weer naar beneden hadden geduwd…

(Dat slijm is overigens hardnekkig!! Het emmertje waarmee ik ze ving wil niet meer schoon worden.)

Buitenspelen

We zouden met Pinksteren gaan varen. Vanwege het weer op de zaterdag ging dat niet door. Toen hadden we ineens een heel weekend vrij.

Toen vrienden hulp vroegen bij het maken van een houtril als afscheiding tussen hun tuin en een watertje, hoefden we dan ook niet lang na te denken. Toch buitenspelen, maar dan op klompen in plaats van op bootschoenen.

De mensen van ’t Zeeuws Landschap hadden al een stuk gedaan, als voorbeeld.

Na een eerste inspectie werd de taakverdeling gemaakt: de heren gingen bouwen (want ja, dat was met gereedschap, dús voor jongens, kennelijk) en de dames sjouwen. Takkenbezems zijn een vrouwending, kennelijk.

Met beleid en inzicht bepaalden de heren de loop van de ril en de plaats van eventuele paaltjes. Bestaande bomen en struiken gebruiken was natuurlijk de leukste uitdaging.

Intussen sleepten wij nog meer takken aan.

En nog meer.

En nog wat.

Het had trouwens wel wat van mikado, die stapel wilgentakken. ‘Als ik hier trek… DAN KOMT DE HELE STAPEL NAAR ME TOE!!’

De heren bouwden onverdroten voort.

Op een gegeven moment kregen we het sein ‘ril meester’: we waren al bij het einde! Dat ging sneller dan verwacht.

Er waren ook nog takken over. Een paar… stapels zoals deze: Het lijkt wel alsof er weinig gebruikt is, maar gelukkig kun je toch zien dat we best flink wat hout versjouwd hebben als je vanaf de andere kant kijkt:

Als dank voor het helpen buitenspelen mochten we ook nog blijven eten! En even met de ezels knuffelen.

Naaiwerk

Je kunt nooit teveel hobby’s hebben.

Wel te weinig tijd.

Dus gisteravond laat was ik klaar met het in elkaar naaien van deze blouse (? shirt?) die al een tijdje geknipt en wel lag te wachten bij de naaimachine. Strijken vond ik op dat tijdstip geen prioriteit…

Gelukkig is zowel het model als het materiaal niet winters, dus kan ik nu meteen mijn nieuwe shirt (? blouse?) aan.

(Niet mijn grootste talent, mezelf fotograferen)

Het patroon is uit La Maison Victor 2018-5, het stofje van de markt. Het zelfde patroontje is er in zoveel verschillende kleuren dat ik er misschien nog wel wat anders mee maak ook.

Gewas

Een paar keer per week in dit huishouden: gewas.

Ik ben blij dat we het niet meer hoeven doen zoals mijn oma deed: grote ketels water koken, die naar de wastobbe sjouwen, de was met de hand doen, met de hand spoelen, met de hand wringen: pfoe…

Dank aan meneer Miele dus.

Toch doe ik een stukje van de was nu weer ‘met de hand’: ik maak wasmiddel. Omdat ik het wasmiddel uit de winkel vaak te geparfumeerd vind, er teveel nare stoffen in zitten naar mijn zin en omdat ik niet elke keer nieuwe plastic flessen wil kopen. O ja, en omdat ik het ook wel leuk vind.

Het recept keek ik af. Het is heel simpel: 80 gram Marseille-zeep (geraspt) oplossen in een liter kokend water. Dan nog vier liter kokend water erbij gieten en wachten tot het afgekoeld is.

Zeep raspen is niet moeilijk, maar 80 gram is best een berg (foto). Maar: er zijn kennelijk meer mensen die geraspte zeep willen: je kunt tegenwoordig vlokken Marseille-zeep kopen. In een doos van 750 gram, dat is best veel wasmiddel!

Ik heb dus geen pan die groot genoeg is voor zoveel water in een keer, maar ik heb wel veel gaspitten.

Het líjkt pasta…

Ook mijn emmertje is maar nét groot genoeg.

Afkoelen maar! Dat duurt verreweg het langst in het hele maakproces, het water koken is op afstand tweede.

Inmiddels gebruiken we het al een tijdje, voor vrijwel alle was, en het bevalt prima. De was ruikt lekker fris en wordt goed schoon.

Een bijzonder schaaltje

Van Lies kreeg ik pas een schaaltje. Of nou ja, schaaltje…. Meer een doorkijkschijfje met een bijzonder patroon, eigenlijk.

Volgens de verpakking was het toch echt een schaaltje. Een zelfbouwschaaltje. Zelf doen spreekt me altijd aan (Lies weet dat), dus een treffend cadeau.

Volgens de instructie kun je van het spannende schijfje een schaaltje maken door het simpelweg in vorm te duwen. Ja! Een schaaltje!

Ik weet al wat erin moet, maar dat moet ik eerst maken. 🙂

(Het schaaltje heet Push Solo en is van Fundamental.Berlin)