Opbergzakje

Of: Restverwerking.

Of: Nog iets gevonden om met mijn nieuwe ding te spelen.

Hoe dan ook: het opvulmateriaal van de verzenddoos van mijn Speedy Stitcher was stevig doek. Duidelijk restjes waarmee de echte zeilmaker niets meer kon.

Ik haalde er nog precies een etui voor onze zeilmakersspullen uit. Of in elk geval voor de Speedy Stitcher.

Misschien dat ik het klittenband nog een keer opnieuw doe, met twee naadjes in plaats van een. Maar vooralsnog zit het vast.

Het resultaat van een gebroken naald

Aan boord hebben we (uiteraard) meerdere zeilbandjes. Een set oude (zie boven) en een set nieuwe. De oude zijn van lekker stevig materiaal, niet te stug om te knopen en niet te glad zodat de knopen niet zomaar los gaan. De lusjes zijn helaas aan het doorslijten, waardoor we ze niet meer voor alles kunnen gebruiken.

De rest van de bandjes vertoont nog helemaal geen slijtage. Zonde om ze weg te doen dus. Ik bedacht dat ik het lusje eraf kon snijden en een nieuw lusje kon naaien. De bandjes zijn lang genoeg.

Het afsnijden van het lusje ging prima. Het naaien van het nieuwe lusje was… een uitdaging. Het materiaal is te dik voor de naaimachine (nou ja, voor mijn huis- tuin- en keukenmodel) dus moest het op de hand. Helaas bleek zelfs mijn dikke zeilmakersnaald toch niet stevig genoeg.

Ik bedacht dat ik een bevriende zeilmaker wel kon vragen zijn machine even over mijn zeilbandjes te halen en ging op zoek naar een nieuwe naald.

Toen vond (en kocht) ik een naaimachine. Eentje voor zwaar werk: The Speedy Stitcher.

Compleet met meerdere naalden, waaronder een kromme, en met extra garen.

Was de vormgeving van de verpakking al mooi, de gebruiksaanwijzing is helemaal leuk.

Natuurlijk heb ik hem al geprobeerd, ik had speciaal de zeilbandjes mee naar huis genomen. Eerste (links) en tweede naadje.

Drie weer bruikbare bandjes!

Het ‘speedy’ klopt aardig, al is het ‘netjes en regelmatig’ dan nog wel een uitdaging.

Nu kijk ik steeds rond of ik nog iets speedy kan stitchen. En denk ik steeds aan Suske en Wiske…

O, en zoals volkomen te verwachten viel: ik vergat de naald die ik eigenlijk ging kopen mee te bestellen.

(Bonus: E-sails, de leverancier, gebruikte een restant stevig zeildoek als vulmiddel voor de verzenddoos. Dat wordt nog iets. Uiteraard.)

Sleutel-digidinges-pasjeskoord

De komende paar maanden werk ik tweeëneenhalve dag per week bij een baas om iemand te vervangen die met zwangerschapsverlof is.

Deze werkgever is nogal groot en er lopen ook heel veel mensen rond die er niet werken, dus de personeelsleden dragen verplicht een personeelspas. Je hebt de pas ook nodig om te kunnen printen, iets wat ik in mijn functie regelmatig doe. Het is dus niet alleen verplicht, maar ook handig om je pasje bij je te hebben.

Zolang je een broek aan hebt, of een jasje, is het zichtbaar dragen van je pasje niet zo’n probleem. Er zit standaard zo’n klemmetje aan:

Maar ja, in geval van een jurk is dat toch niet optimaal. Daarnaast is er voor het inloggen in het systeem een digidinges nodig, die je dus ook altijd bij je hebt, want dan kun je op alle werkstations werken. O, en de sleutel van je kamer, want met veel niet-werknemers is een deurslot een vrij eenvoudige manier om vertrouwelijke stukken daadwerkelijk vertrouwelijk te houden.

Afijn, een bosje spullen dus. Een sleutelkoordachtig iets leek me een handige manier om ze bij elkaar te houden. Een aantal jaar geleden kreeg ik eens een handvol van die dingen. De bruikbare delen knipte ik eraf en bewaarde ik.

Met twee gezellige lintjes en de naaimachine maakte ik nu een vrolijk sleutel-digidinges-pasjeskoord. Ik kan morgen georganiseerd naar het werk!

Bamboetrui

Een aantal jaar geleden kocht ik bij Jeanet Jaffari van Blij dat ik brei negen bolletjes Vinnis Colours Serina, een bamboe garen, in drie kleuren: roze, ROZE en paars. Mooi glanzend garen en met een subtiele variatie in de kleur. Ik kocht het destijds met het idee er een shirtje/hemdje met granny squares van te haken.

Toen het garen er een tijdje lag, bedacht ik dat het geen vierkantjes gingen worden (ik houd niet zo van draadjes afhechten en evenmin van het in elkaar naaien van haak- en breiwerk…), maar een gehaakt vestje. Toen ik een eindje onderweg was, beviel dat me toch niet, dus haalde ik het weer uit.

Het garen wachtte min of meer geduldig op het volgende idee. Lees: steeds werd mijn blik erheen getrokken als ik in mijn voorraad rommelde.

Twee (?) jaar geleden ging ik weer breien. Dat kon natuurlijk ook met dat garen! Een trui met een V-hals, met strepen. Dat was wel wat.

Intussen had ik een boek gekocht over het breien van ‘van-boven-naar-beneden-truien’, dus zonder naaiwerk. En die je onderweg kunt passen.

Na een valse start (je moet wel álle instructies netjes volgen, zucht…) ging het wel goed.

Zoiets. Al bleek op dit moment dat dat ik dat passen eerder had moeten doen. Twee maten te groot. Tsja…

Vol goede moed weer uitgehaald en begonnen aan editie vier: Dit keer wél op tijd gepast én alle instructies gevolgd. Zou het dan toch een trui worden? Nu bleef de vraag nog over of ik genoeg garen zou hebben.

Voor één lange mouw in elk geval wel. En het leek erop dat er nog genoeg was voor de tweede ook.

De ROZE was het verst op, en daar moest ik het laatste stuk mee breien. Dus het bleef spannend.

Maar: jawel! Genoeg!*

Net echt, toch? Nu alleen nog even een extra steekje in de punt van de V-hals maken omdat daar een wat te grote steek zit en dus een gaatje. Maar de trui kan mee op vakantie, waar ik hem vast niet nodig ga hebben.

*met dank aan mams voor het maken van de foto en het verduren van mijn ‘ik wíl eigenlijk helemaal niet op de foto’-commentaar.

Uitdaging aanvaard!

Wanneer het precies was, weet ik niet meer. Maar ergens, een paar jaar geleden, vertelde Manda* me dat ze op vakantie in een dorpje winkels had gezien met geborduurde openingstijdenbordjes. Sinds die tijd zit dat in mijn hoofd, zo werkt mijn hoofd nou eenmaal.

Omdat mijn oma vroeger veel borduurde en ik de restanten daarvan al járen geleden erfde, knaagde het behoorlijk luidruchtig achterin mijn schedelpan.

Een project met het geërfde garen dat mijn mams en ik al 25 jaar geleden begonnen. Nog steeds leuk, en af en toe doe ik weer een stukje.

Uiteindelijk werd de drang om te beginnen dit voorjaar te groot. Eerst even aan Manda gevraagd of ze het leuk zou vinden. Nou, daar was geen twijfel over mogelijk: ‘wil je dat écht doen?’.

Of ze ideeën had over de kleurstelling, vroeg ik. ‘Alle kleuren die je hebt’. ‘Weet je dat zeker?’ ‘Jaaaaaaaa!’

Ok.

Na een dag tekenen (het alfabet dat ik wilde gebruiken lag al sinds het eerste begin klaar, zo erg was het) zag ik sterretjes, maar was het ontwerp klaar. Millimeterpapier is scheelmakend…

Ik vond het spannend of mijn zelfbedachte letters in geborduurde vorm goed leesbaar zouden zijn, maar: hoera!! Dat waren ze.

Toen de letters klaar waren moesten er natuurlijk nog plaatjes bij. Op aanraden van mijn allerliefste pic** verdwaalde ik grondig op Pinterest, maar vond ik wel allerlei leuks.

Met als eindresultaat het bovenstaande plaatje. De lijstenmaker is met vakantie, dus nog niet netjes strak en recht, maar ik ben er te blij mee om het niet alvast te laten zien.

Dus: binnenkort in het echt te bewonderen bij De Koperen Tuin: het resultaat van de uitdaging!

* Manda Heddema, eigenaresse van een van mijn favoriete winkels: De Koperen Tuin

** Vrouw Haaksma, borduurkoningin

Slijmerig

Van die grote bruin-met-oranje naaktslakken. Is er iemand die ze leuk vindt? Ik vind ze in elk geval víes!

Onze tuin is ervan vergeven, helaas. Dat betekent dat zaadjes die er nog slechts over denken te ontkiemen al worden opgegeten. Plantjes die het lukt hun kopje boven de grond te steken worden meteen onthoofd. Iets grotere plantjes die door mij geplant worden zijn in geen tijd verdwenen. En grote planten worden ernstig verminkt.

Behalve uiteraard alles wat we niet in de tuin willen. Klaver in alle soorten, zevenblad, gras, uitgezaaide bramen, een schattige-roze-bloemetjes-met-springpeul-uitzaai-mechanisme kruid, paardebloemen: blijven allemaal onaangetast.

Al een paar jaar hebben we zo’n explosie van slakken. De huisjesslakken worden nog een klein beetje beteugeld door diverse vogels, maar ook daarvan kruipen inmiddels exemplaren formaat wijngaardslak door de tuin.

Een effectieve oplossing vond ik nog niet. Slakkenkorrels is geen optie, vanwege de hoeveelheid katten die onze tuin bezoeken. Inclusief Groentekat, uiteraard.

Afgelopen week bezocht ik met mams het tuincentrum om nieuwe plantjes voor de groentetuin. ’s Middag heb ik ze meteen geplant en ’s avonds maakten Meneer K:)dootje en ik biervallen: bekertjes gevuld met bier, ingegraven tussen de plantjes.

De volgende ochtend hengelde ik twaalf lijken uit de bekertjes. Maar uiteraard waren de plantjes toch aangevreten. Gisteravond ving ik, samen met Meneer K:)dootje, een klein emmertje vol slakken. Die mogen met de GFT-vak mee. Als dit geen tuinafval is…

Met mams kocht ik ook koperband. Dat zou moeten werken tegen slakken. Vandaag maakte ik met behulp van oude tabbladen en insteekhoesjes beschermrondjes voor de plantjes. Dus nu ziet de tuin er zo uit:

Vanmorgen waren de slakken in de groenbak grotendeels al omhoog gekropen tot tegen de binnenkant van het deksel. Toen ik de bak opendeed, bleven er zelfs slijmdraden tussen het deksel en de bak hangen. Zó verschrikkelijk VIES!! We hebben nu toch maar een massamoord beraamd en slakkenkorrels in de bak gestrooid nadat we de slakken weer naar beneden hadden geduwd…

(Dat slijm is overigens hardnekkig!! Het emmertje waarmee ik ze ving wil niet meer schoon worden.)

Buitenspelen

We zouden met Pinksteren gaan varen. Vanwege het weer op de zaterdag ging dat niet door. Toen hadden we ineens een heel weekend vrij.

Toen vrienden hulp vroegen bij het maken van een houtril als afscheiding tussen hun tuin en een watertje, hoefden we dan ook niet lang na te denken. Toch buitenspelen, maar dan op klompen in plaats van op bootschoenen.

De mensen van ’t Zeeuws Landschap hadden al een stuk gedaan, als voorbeeld.

Na een eerste inspectie werd de taakverdeling gemaakt: de heren gingen bouwen (want ja, dat was met gereedschap, dús voor jongens, kennelijk) en de dames sjouwen. Takkenbezems zijn een vrouwending, kennelijk.

Met beleid en inzicht bepaalden de heren de loop van de ril en de plaats van eventuele paaltjes. Bestaande bomen en struiken gebruiken was natuurlijk de leukste uitdaging.

Intussen sleepten wij nog meer takken aan.

En nog meer.

En nog wat.

Het had trouwens wel wat van mikado, die stapel wilgentakken. ‘Als ik hier trek… DAN KOMT DE HELE STAPEL NAAR ME TOE!!’

De heren bouwden onverdroten voort.

Op een gegeven moment kregen we het sein ‘ril meester’: we waren al bij het einde! Dat ging sneller dan verwacht.

Er waren ook nog takken over. Een paar… stapels zoals deze: Het lijkt wel alsof er weinig gebruikt is, maar gelukkig kun je toch zien dat we best flink wat hout versjouwd hebben als je vanaf de andere kant kijkt:

Als dank voor het helpen buitenspelen mochten we ook nog blijven eten! En even met de ezels knuffelen.