Vogels!

Bij ons in de tuin komen meestal veel vogels. Ik werk dat ook graag een beetje in de hand door ze te voeren. Dan kunnen wij ze namelijk bekijken terwijl zij hun maaltijd nuttigen, dat noemen ze een win-win-situatie in managementland, geloof ik.

Meneer K:)dootje en ik hadden al een tijdje het voornemen een kleine verrekijker aan te schaffen om vogeltjes te kijken. In dat kader werd ik afgelopen voorjaar lid van Vogelbescherming Nederland, die hebben namelijk een mooi assortiment verrekijkers.

Vorige week bestelde ik flink wat vogelvoer:

Bio vogelzaad voor in de voedersilo.
Een huisje met vetblokken (in de hoop dat een heel huisje meenemen zelfs de kauwen te gortig is)
Een gevulde halve kokosnoot (omdat ik die zo leuk vind)
Roodborstjes-strooivoer

En nu maar hopen dat Joep de vogeltjes ook vooral leuk vindt om naar te kijken…

Stern II 8×32

Wij zijn in elk geval helemaal klaar om vogels te kijken!

Appelcake

In de tuin van Lies en Yep staan ook appelbomen. Er is er één bij die appels levert van een formaat dat ik met twee handen vast moet houden. Nogal een opgave om zo’n appel in je eentje op te eten dus.

Dit is een kwart van zo’n appel. Eén van de kleinere…

Om die grote appels toch op te krijgen, verzon ik een list.

Of nou ja, ik bakte cake en deed de appel daar in. En toen was de appel alsnog zo op.

Het recept van de cake was erg eenvoudig:

Verwarm de over voor op 175 graden Celsius.

Mix de boter en de suiker tot het een romig mengsel is. Mix de eieren er een voor een door. Spatel dan het bakmeel en een klein snufje zout door het mengsel. Zet even apart.

Schil de appel en snijd hem in stukjes. Of, als je niet zo’n idioot exemplaar hebt, schil twee appels en snijd ze in stukjes.

Vet een cakevorm in (ik gebruikte een Zeeuwse Knop-bakblik), doe de appelstukjes erin en strooi daar desgewenst kaneel over. Hussel even, zodat alle stukjes appel hun aandeel kaneel krijgen. Schep dan het cakebeslag in de vorm en schuif de vorm in de oven.

Nu rest je niets anders dan héél geduldig bijna drie kwartier wachten en intussen de beslagkom uitlikken. En de mixer aflikken. En de spatel.

Brand je mond niet aan de hete appel als je de cake niet laat afkoelen als hij uit de oven komt (hij is trouwens gaar als een saté-prikker die je erin steekt en schoon uit komt, dus zonder nat beslag eraan).

Sprookjeskapjes

Mondkapjes…

Tja. Ik wíl helemaal geen mondkapje op en probeer dus te voorkomen dat ik in een situatie kom dat ik er een zou moeten dragen.

Maar áls het dan een keer moet, vind ik weggooikapjes zonde. Ze bestaan voor een groot deel uit plastic of ander omverteerbaars, en, logisch, je gooit ze weg na een keer gebruiken.

Oplossing: zelf maken. Met enige tegenzin, maar wél met een leuk stofje. Volgens een patroon van Libelle, met de mogelijkheid er een filter in te schuiven.

Roodkapje

Als ik nu een kapje op zou moeten, is er in elk geval nog iets sprookjesachtigs.

Iemand riep, toen hij mijn roodkapje zag, dat hij liever de grote boze wolf wilde.

Nou, dat regelen we dan toch?

Wolf
Zeg nou zelf: geen gezicht, toch?

Het naaien van de kapjes is op zichzelf dan weer wel leuk, en ik heb nog stof, dus als er liefhebbers zijn: laat maar weten.

(100% katoen, wasbaar op 60 graden, met striklintjes)

Tradities

Meneer K:)dootje is op cursus. Al jaren. Nog geen tien, maar ook niet heel veel minder.

De cursus is traditie. Als het weer goed genoeg is, kan hij weer eens oefenen. Of een lesje volgen.

Wanneer is het weer goed genoeg? Als het net een beetje oncomfortabel is. Te koud naar je zin, of te nat én te koud, of te koud, te nat én te winderig. Te koud en te winderig kan ook.

Volgens traditie maakten Merien en papa op dat soort dagen Irish Coffee na het eten. Echte. Ja, er is ook onechte. Dat is gewoon koffie met whiskey en slagroom. Slagroom uit een spuitbus. Maar dat is dus niet echt.

Échte Irish Coffee is koffie met whiskey en suiker met een laagje lobbige, ongezoete room erop die er niet doorheen zakt zodat het eindresultaat lijkt op Guinness. Dat bier ja, precies.

Merien is als enige gediplomeerd. Dus Meneer K:)dootje is bij hem op cursus. En sinds afgelopen zomervakantie, toen we een weekje optrokken met Splendid!, is Martin op les bij Meneer K:)dootje.

Zo gaat dat dan. Goede Irish Coffee maak je volgens de cursus met z’n tweeën.

Hoe dat gaat? Eerst zoek je evenveel hittebestendige glazen als gegadigden bij elkaar. Dan zet je koffie, met een ketel kokend water, een thermoskan, een filter en koffie, uiteraard. Genoeg voor twee rondes.

Terwijl de een koffie zet, schenkt de ander whiskey in de glazen. Genoeg. Dat is net iets meer.

Vervolgens gaat in elk glas een meer dan volle eetlepel bruine suiker. Net iets meer ja, anders heb je straks niet genoeg oppervlaktespanning. De suiker moet door de whiskey geroerd, totdat de suiker is opgelost. Goed roeren, want dat roeren is straks heel belangrijk.

Intussen kan degene die ofwel wacht tot het water kookt, ofwel tot de whiskey klaar geroerd is, de slagroom schudden. Schudden? Ja. Daar heb je geen mixer en dus geen 220V voor nodig. Best handig aan een eilandje in de Grevelingen, bijvoorbeeld.

De theorie is ook dat je met dat schudden minder knoeit dan met het kloppen van slagroom. De theorie…

De slagroom gaat uit het pakje in een goed afsluitbaar bakje waarin de slagroom maximaal de helft van de ruimte inneemt. Er moet immers lucht doorheen. Een doorzichtig bakje, of, innovatie, flesje, is handig in verband met het eerder genoemde knoeien. Dan hoeft het namelijk niet open om te kijken of de slagroom al lobbig genoeg is.

De slagroom moet zo lobbig geschud worden dat hij stijf genoeg is om een mooie laag op de koffie te vormen en vloeibaar genoeg om goed te kunnen schenken. Bij iets te lang schudden is de botervoorraad aangevuld, maar wordt Irish Coffee lastig. Een goede cursist zorgt dat hij altijd nog een reservepakje slagroom bij de hand heeft…

Als de koffie, de whiskey, de slagroom en de cursisten klaar zijn, begint de finale: een van tweeën schenkt koffie bij de whiskey in de glazen. Ongeveer twee keer zoveel (anderhalf?) als er whiskey in zit. En dan…

Een van beiden roert met een koffielepeltje een draaikolk in de koffie. Het is dus handig als dit degene is die ook de suiker door de whiskey roerde. Die is immers geoefend. Als er een goeie kolk is, houdt de ander een eetlepel met de bolle kant naar boven nét boven de koffie en giet de room over de lepel óp de koffie. Als de lepel de koffie raakt, zakt de room door de koffie en dat is een minpunt. Bij onvoldoende oppervlaktespanning gebeurt dat ook. En bij een te kleine draaikolk is de kans ook groot.

Serieuze zaak.
De slechte foto is mijn schuld…

Geniet vervolgens bij elke slok van de warme koffie met het koude laagje room. Nee, niet roeren!!!

Als de room door de koffie zakt (het ziet eruit als koffie met melk, of alsof het laagje room aangroei heeft op de waterlijn (voor de watersporters onder ons): goede reden voor nog een ronde.

Martin’s bemanning heeft hem na de proefles nu opgegeven voor de cursus. Hij trof deze fles op het aanrecht aan…

Niet (echt) meer verstopt

Joep is nog steeds druk bezig met wennen. Wennen aan mensen dan, want met katten, huis en buiten heeft hij weinig problemen.

Mensen zijn spannend. En toch ook wel interessant. En soms niet zo eng. Als ze niet bewegen, of doen alsof je er niet bent, of als ze liggen. Dan valt het ook goed mee.

Ik zie niemand, hoor!

Dat mensen minder spannend zijn als ze liggen, betekent dat Joep dan wel op zijn gemakje dichtbij komt, en er gezellig bij gaat liggen. Ik word inmiddels vrijwel elke ochtend wakker geronkt omdat hij naast mijn kussen ligt.

Zodra ik misschien een oog begin open te doen, moet er geaaid worden. En vindt hij het heerlijk om tegen mijn arm aan te gaan liggen. Of er bovenop, waar hij dan toch wel weer van schrikt, zodat hij zich omdraait.

En hij, vanmorgen in elk geval, van het bed valt en zich vast moet grijpen met z’n nagels. Dat leverde mij vanmorgen de eerste verwonding door Joep toegebracht op: een van de dingen waaraan hij zich vastgreep was mijn arm. Au.

Gelukkig liet hij meteen los en ging hij weer terug liggen. Hij heeft zelfs even geprobeerd echt tegen me aan te gaan liggen (warm!!), maar dat was toch nog net te eng.

We komen er wel, Joep en wij.

Zakken wol

Een tijd geleden kreeg ik van Sari drie zakken wol (geen witte…). Gelukkig paste alle wol in één grote opbergdoos en was Meneer K:)dootje niet al te ontevreden met de uitbreiding van het huishouden.

Dit is niet meer de complete berg. Want inmiddels maakte ik er al wat dingen mee.

Iets met glitter en harig…
Dat werden natuurlijk wanten voor Haaksma.

Uiteraard waren die wanten klaar toen de temperatuur voor het eerst ver door de twintig graden schoot, maar dat mag de pret niet drukken.

Omdat het warm werd, breide ik voor mezelf een Ripple Camisole, een heel leuk patroon van Jessie Mae Martinson (Jessie Maed Designs) dat ik op ravelry vond. Het garen (hier waren nog hele bolletjes van) is Phildar Plaisance, 50% katoen en 50% acryl. Uiteraard was dit klaar toen het geen zomerweer was, maar een paar dagen later kon ik het gelukkig wel aan.

Van weer een ander bolletje katoen-met-acryl breide ik een vaatdoek. Het is een beetje badstoffig garen, dus dit leek me wel een mooie bestemming. En een vrolijke vaatdoek.

Dit is alles wat ik overhield.

Om met Meneer te spreken: dat ruimt lekker op! Nou ja… er is nog best wat over.

Gelukkig.

Kan ik tenminste weer allerlei nieuwe projecten bedenken.

Vliegengordijn

Als het een enigszins kan, qua weer, staat bij ons de achterdeur open. Groentekat was niet gediend van een dichte deur als ze overdag buiten was. Joep vindt het geen punt, als hij maar binnen gelaten wordt op etenstijd of koffietijd (lees: snoepjestijd). Gaat ‘ie overigens midden op het terras voor zitten wachten hoor, dat binnen laten.

Maar goed, wij vinden de vers binnen stromende buitenlucht wel prettig, dus meestal is de deur open.

Helaas is die open deur behalve voor Joep ook uitnodigend voor allerlei vliegends. Wij zijn best gastvrij, maar niet gediend van rondzoemende bezoekers. Dus maakte ik iets wat al lang op de planning stond:

Een vliegengordijn.

Ik gebruikte geen patroon, maar verzon zelf een randje voor de bovenkant.

En haakte daar slierten van lossen aan. Die verzwaarde ik met gewichtjes die ik maakte van klei:

En nu is het een kwestie van af en toe de te lange slierten inkorten (het blijft best lang rekken…) en elke dag een paar keer uit de knoop halen 😉

O, en af en toe Joep vertellen dat het geen speelgoed is.

Of het echt helpt tegen vliegen? Ik heb nog geen idee. Maar het staat in elk geval gezellig.

Pottenbakken

Nee, ik heb niet nóg een hobby erbij!

Ik heb wel een vriend met een hobby: pottenbakken dus. Een paar jaar geleden alweer deed hij, toen hij net gestopt was met werken, een cursus pottenbakken. Dat beviel hem zo goed dat hij al snel niet meer voldoende had aan één dagdeel in de week en daarom voor thuis ook een draaitafel aanschafte. En klei. En glazuur. En kleuren, en, en, en…

Kleuren, kleuren, kleuren.

Afijn, natuurlijk kwam er ook een oven(tje) en werd de eerste draaitafel vervangen door de mooie elektrische hierboven. En zo zijn imiddels bijkeuken en garage grotendeels omgebouwd tot atelier.

En daar maken ze, want zijn vrouw doet inmiddels gezellig mee, hele leuke dingen!

Ben maakt potten…
…vazen, schalen, bordjes…
Annemarie bladeren, bloemen, vlinders, en nog meer leuks.

Een tijdje geleden vertelde ik over yarnbowls, of breipotten. Ben was enthousiast, en maakte er een paar.

Ja, ik heb er zelf twee…

Ik verkocht er een paar voor hem, aan Lies bijvoorbeeld, en daar is hij ook volop in gebruik:

Foto van de blog van Lies

Onlangs kreeg ik een berichtje van Ben: de nieuwe breipotten zijn weer klaar, dus als ik iemand wist…

De meest rechtse is inmiddels verkocht, de andere heb ik nog even afzonderlijk op de foto gezet. Desondanks zie je de kleuren minder mooi dan ze in het echt zijn:

Donkerblauw met gespikkelde buitenkant.
Blauw met groen
Oranje-geel met zwarte buitenkant
Bloedsinasappelrood met een brons-gouden (!) buitenkant
Zonnig geel met grijs-gespikkeld
Brandweerwagenrood met betongrijs

Mijn verstandige zelf vindt dat ik er niet meer dan twee nodig heb. Mijn normale zelf wil ze bijna allemaal hebben. Maar ik gun ze jullie natuurlijk ook van harte. Ze zijn namelijk te koop, voor €10 per stuk.

Voor dat geringe bedrag kun je dan dus trots zeggen dat je een echte Ben de Kok in huis hebt 😊

Kamperen

De boot was nog niet vaarklaar, de vakantie was nog ver weg en toen stelde ik Meneer K:)dootje voor een lang weekend te gaan kamperen.

Sindsdien grijnsde hij*. En maakte hij lijstjes en stapels. De laatste keer dat we kampeerden was 2004, dus, eh, even geleden.

Vorig jaar kocht Meneer een simpele tent, omdat hij een groepje jongeren begeleidde bij een kampweekend. Die tent voldoet prima voor een korte vakantie zoals we nu in gedachten hadden, dus dat was alvast het eerste afgevinkte item van de lijst. De stoeltjes werden uit de schuur gehaald en de tafel van zolder: vorige zomer nog gebruikt in de woonkamer toen de meubels vanwege de verbouwing in de opslag zaten. Toen het hele lijstje afgevinkt was, was de gang volledig onbegaanbaar en waren er spullen van zolder gekomen waarvan ik niet (meer) wist dat we ze hadden. Overbodig om te zeggen dat we dus goed uitgerust (qua spullen) op vakantie gingen.

Behalve het idee als zodanig om te gaan kamperen, had ik ook bedacht waar we heen zouden kunnen: Langbroek en Groningen. Twee keer op visite, en wat rondkijken in de omgeving. Ik zocht, niet gehinderd door al teveel voorkennis, twee volgens mij kleine campings uit. Meneer leek het ook wel wat en de campings werden geboekt.

Eerst twee nachtjes op Camping Strosteeg bij Langbroek. We kwamen pas laat aan vanwege een onverwacht tandartsbezoekje, maar dat was geen probleem.

Wat is het daar leuk!

Een heerlijke kleine camping met zo’n zes plaatsen. Geweldig vrij uitzicht de polder in en fijne voorzieningen, vooral ook als je met de fiets of al wandelend op pad bent en dus niet alles zelf mee kunt nemen. Zelfs een volledig imgerichte, overdekte kookplaats met eettafel.

Wij hadden onze keuken zelf mee.

Het is netjes en verzorgd, maar zeker niet aangeharkt. Juist met allemaal rommelige hoekjes, heel leuk. En veel vogels!

Donderdagmiddag zouden we op visite, dus donderdagmorgen konden we de omgeving in. Tegenover de camping begint het bos, dat leek ons wel wat. Meneer vond een kaart en een wandelroute, en uiteindelijk liepen we zowel over de Limes, als langs de Hollandse Waterlinie. We kwamen door Werkhoven en Odijk en haalden zéker ons stappenquotum.

Limes

De omgeving is heel mooi, heel oud land en ook duidelijk van oudsher een rijk gebied. Veel landhuizen of kastelen en grote boerderijen.

Eind van de middag hadden we afgesproken in Langbroek, om bij Manda op bezoek te gaan.

We waren ietsje later…

Dat was erg leuk. Eerst liepen we nog een (klein) rondje langs het ooievaarsnest mét twee jongen en door het schattige centrum van Langbroek. Daarna had Manda een heerlijke ovenschotel voor ons klaargemaakt en hebben we haar nieuwe huis bekeken.

De volgende morgen na het inpakken en opruimen gingen we nog eens bij Manda op bezoek, maar nu in Driebergen: bij Boekhandel Jacques Baas, de boekwinkel die ze dit voorjaar overnam toen ze De Koperen Tuin in Goes verkocht.

Ik vergat foto’s te maken, want ja, boekwinkel… We kochten wel boeken en lunchten heerlijk op het terras.

Ik bracht nog een bezoekje aan de overburen: Trollenwol en kocht daar voor Lies (en voor mezelf…) Arwetta.

Daarna reden we naar Ellerhuizen, net boven Groningen. Ook weer een leuke camping, ietsje groter deze keer: 2bunders

Gezellige buurkippen
Zwaar, dat kamperen.

Gelukkig hadden we gepland zaterdag in Groningen door te brengen, want het regende werkelijk de hele dag. Echt Hollands zomerweer: koud en nat.

We bezochten natúúrlijk Juffrouw Lanterfant.

Maar: eind van de middag ook hier weer een heel gezellig bezoekje afgelegd: bij Vrouw Haaksma en de Kaptein. Eindelijk zagen we de noordelijke kattenbende (Lola en Laci) in het echt.

Vanwege aanhoudende nattigheid belandden we voor het eten uiteindelijk in Bedum bij een Italiaans restaurant, waar we prima gegeten hebben.

Moeke Vaatstra

En toen we zondag alles hadden ingepakt om naar huis te gaan, stopte het met regenen en ging de zon schijnen. Uiteraard.

Nou ja, eenmaal thuis waren de kampeerspullen zó droog. Opruimen duurde iets langer…

O, en we zullen vast nog wel vaker zo op ‘stedentrip’ gaan, het beviel ons prima!

*Meneer was vroeger bij scouting. Eerst als deelnemer, daarna als leiding. Onze eerste vakanties samen gingen we ook kamperen. Daarna kochten we een boot en kwam het er niet meer van.

Tuinadoptie

Lies en Yep hebben een Volkstuin. Met een hoofdletter, want van serieus formaat. En met een geweldige ligging, dat ook.

Uit zo’n tuin komt, mits je het eerst zaait en plant natuurlijk, een boel lekkers. Al jaren delen wij in dat lekkers, waarvoor we tot nu toe weinig anders deden dan het klaarmaken en opeten. Dat evonden we niet meer in verhouding, dus stelden we voor een deel van de werkzaamheden te adopteren. De reactie op het voorstel was ‘graag!’, dus nu zijn we adoptietuiniers.

Ik groef kuilen.

Gisteravond gingen we nog even naar de tuin. Meneer K:)dootje hielp met de jaarlijkse strijd ‘Yep tegen net en kersenboom’ (ze wonnen, uiteraard), ik groef kuilen.

Dat deed ik op de plaats waar nog oude aspergeklauwen (ik heb het niet verzonnen) in de grond zaten. Die kon ik er dan mooi meteen uithalen. Dat ik meteen ook drie mierennesten uitgroef was ook niet verkeerd, gezien de hoeveelheid daarvan in de gehele tuin.

De associatie met klauwen heb ik nog niet helemaal, ik vond het meer dikke spaghetti. Hoe dan ook: het is een flinke berg wortels, en de grond is daar weer klaar voor iets anders.

En ik kon meteen ‘sporten’ afstrepen van mijn te-doen-lijstje van gisteren…

Zei ik al dat de ligging geweldig is?