Buitenspelen

We zouden met Pinksteren gaan varen. Vanwege het weer op de zaterdag ging dat niet door. Toen hadden we ineens een heel weekend vrij.

Toen vrienden hulp vroegen bij het maken van een houtril als afscheiding tussen hun tuin en een watertje, hoefden we dan ook niet lang na te denken. Toch buitenspelen, maar dan op klompen in plaats van op bootschoenen.

De mensen van ’t Zeeuws Landschap hadden al een stuk gedaan, als voorbeeld.

Na een eerste inspectie werd de taakverdeling gemaakt: de heren gingen bouwen (want ja, dat was met gereedschap, dús voor jongens, kennelijk) en de dames sjouwen. Takkenbezems zijn een vrouwending, kennelijk.

Met beleid en inzicht bepaalden de heren de loop van de ril en de plaats van eventuele paaltjes. Bestaande bomen en struiken gebruiken was natuurlijk de leukste uitdaging.

Intussen sleepten wij nog meer takken aan.

En nog meer.

En nog wat.

Het had trouwens wel wat van mikado, die stapel wilgentakken. ‘Als ik hier trek… DAN KOMT DE HELE STAPEL NAAR ME TOE!!’

De heren bouwden onverdroten voort.

Op een gegeven moment kregen we het sein ‘ril meester’: we waren al bij het einde! Dat ging sneller dan verwacht.

Er waren ook nog takken over. Een paar… stapels zoals deze: Het lijkt wel alsof er weinig gebruikt is, maar gelukkig kun je toch zien dat we best flink wat hout versjouwd hebben als je vanaf de andere kant kijkt:

Als dank voor het helpen buitenspelen mochten we ook nog blijven eten! En even met de ezels knuffelen.

Achterbank

Een paar jaar geleden lieten we het terras achterin de tuin opnieuw straten en er een prieel overheen zetten. Vorig jaar is daar een afdak van gemaakt.

Een paar weken geleden kocht ik een hoekbank voor op het terras. Het in elkaar zetten was even gedoe, maar met hulp van mams en een boormachine werd het toch de bedoelde bank.

Hij moet nog wat verder in de hoek, maar dan moet het haardhout eerst verplaatst. Voorlopig staat de bank hier ook prima.

Tafeltje weer terug, struik uit de tuin erop: heerlijk!

En het uitzicht vanuit de nieuwe achterkamer is ook erg leuk:

Voor mijn verjaardag kreeg ik een tijdje geleden wolletjes in allerlei vrolijke kleurtjes. Ik had al bedacht dat dat een kussen voor de tuinbank werd voordat de bank er was, en was er ook alvast aan begonnen.

Gisteren haakte ik het af, vandaag het binnenkussen erin: tadaaa!

Inmiddels is de achterbank zo’n beetje mijn nieuwe woonplek geworden…

Tuinfakkels zijn héél gevaarlijk

We gingen barbecueën bij Lies en Yep op de volkstuin. Het was hoog tijd het seizoen daar te openen.

Het was fris, maar het uitzicht en het licht waren geweldig. Evenals het eten.

Toen de zon onderging koelde het nog wat verder af.

Lies en Yep beschikken op hun datsja nu over een riante villa*, dus zetten we de stoelen binnen en dronken we daar koffie.

De tuinfakkels bleven natuurlijk buiten.

Op enig moment ontwaarde Meneer K:)dootje gerommel bij de ingang van de datsja. Yep stoof naar buiten en kwam terug met een…

…politieagent. Die wat ongemakkelijk keek en stamelde: ‘o… … een túinfakkel… eh… de brandweer is onderweg….’

Hij wilde niks drinken, wél een legitimatiebewijs zien en toen weer snel terug het hele volkstuincomplex over naar zijn auto.

Op de p2000-meldingensite zagen we dat inderdaad de brandweer was gealarmeerd. Voor wat dus onze tuinfakkel bleek. Héél gevaarlijk, die dingen.

*echt waar. Lees maar eens een makelaarskrantje.

Lunch op de Datsja

Lies en Yep hebben sinds een paar weken een Datsja. Met een hoofdletter. 

Er is nog heel wat werk te verzetten en het driejarenplan is inmiddels in de maak. 

Dat betekent echter niet dat je er niet nu al heerlijk kunt zitten. Om te lunchen bijvoorbeeld. 

Dat deden Lies en ik vandaag dan ook. 

Een heerlijke salade die Lies van thuis had meegenomen met een versgeplukt toetje. Zonwarme aardbeien…. O….
Wat een leven.

Een kleine vakantie tussen het tuinieren (Lies) en klussen, huishouden en werken (ik) door. 

Sneeuw!

O!

Sneeuw!

Nog mooier met een zonnetje en niet zoveel wind, maar hier word ik toch ook al blij van. 

Ik deed ook iets wat ik al langer wilde doen: 

Ja, ik was het zelf. Duh… je dacht toch niet dat ik iemand anders zo gek kreeg?