Buitenspelen

We zouden met Pinksteren gaan varen. Vanwege het weer op de zaterdag ging dat niet door. Toen hadden we ineens een heel weekend vrij.

Toen vrienden hulp vroegen bij het maken van een houtril als afscheiding tussen hun tuin en een watertje, hoefden we dan ook niet lang na te denken. Toch buitenspelen, maar dan op klompen in plaats van op bootschoenen.

De mensen van ’t Zeeuws Landschap hadden al een stuk gedaan, als voorbeeld.

Na een eerste inspectie werd de taakverdeling gemaakt: de heren gingen bouwen (want ja, dat was met gereedschap, dús voor jongens, kennelijk) en de dames sjouwen. Takkenbezems zijn een vrouwending, kennelijk.

Met beleid en inzicht bepaalden de heren de loop van de ril en de plaats van eventuele paaltjes. Bestaande bomen en struiken gebruiken was natuurlijk de leukste uitdaging.

Intussen sleepten wij nog meer takken aan.

En nog meer.

En nog wat.

Het had trouwens wel wat van mikado, die stapel wilgentakken. ‘Als ik hier trek… DAN KOMT DE HELE STAPEL NAAR ME TOE!!’

De heren bouwden onverdroten voort.

Op een gegeven moment kregen we het sein ‘ril meester’: we waren al bij het einde! Dat ging sneller dan verwacht.

Er waren ook nog takken over. Een paar… stapels zoals deze: Het lijkt wel alsof er weinig gebruikt is, maar gelukkig kun je toch zien dat we best flink wat hout versjouwd hebben als je vanaf de andere kant kijkt:

Als dank voor het helpen buitenspelen mochten we ook nog blijven eten! En even met de ezels knuffelen.