Oranjezon

Gisteren ging ik wandelen met Lies. Want maandag was het mooi weer.
Huh? Nou ja, afijn, het was mooi weer, we hadden vrij en we gingen wandelen. Met de auto.
O nee, we gingen met de auto naar Oranjezon en gingen daar wandelen.

Oranjezon is een natuurgebied bij Oostkapelle. Het is in beheer bij Het Zeeuwse Landschap. En het is daar Mooi!

Er was bos, strand, naaldbos, moeras, een uitkijktoren, véél water, zee, een noodbruggetje en er waren duinen. En er was ook iemand met hartjesschoenen. We liepen ruim vijf kilometer en ik maakte -uiteraard- veel meer foto’s dan ik van plan was. Ik laat ze dan ook niet allemaal zien, ga maar lekker zelf kijken!

Het was heerlijk! En ondanks dat we vanwege de hoge waterstand de hele weg achteruit hebben gelopen zijn we niet verdwaald. Nou ja, we liepen de route achterstevoren. Maar dat klinkt veel saaier…
We zagen trouwens géén hertjes. Jammer.

KNRM

Vorig jaar oktober organiseerde onze club een Valkenrace. De opbrengst daarvan, 2600 euro, hebben we gedoneerd aan de KNRM. Gisteravond gingen we op bezoek op het station Veere.

IMG_9497.JPG

Ons deel van de groep kreeg eerst een presentatie over de KNRM en het werk dat ze doen. Schipper Kees den Hollander vertelde onder andere dat de KNRM een organisatie is die haar werk zonder (financiële) steun van de overheid doet. Het werk dat gedaan wordt zou wel als overheidstaak gezien kunnen worden. De KNRM hecht echter aan haar onafhankelijkheid en is er trots op met behulp van donateurs te kunnen blijven redden.

Het grootste deel van het werk wordt gedaan door vrijwilligers, zo’n 1300 in totaal. Er zijn slechts een 40-tal mensen in dienst van de organisatie, naast 10 beroepsschippers op de grootste reddingsboten. De 12 miljoen euro per jaar die nodig is om de organisatie in bedrijf te houden (en het materiaal up to date) wordt bijeengebracht door donateurs, schenkingen, giften en acties zoals de onze.

Na de presentatie mochten we meevaren met de boot van het station, de Oranje. Een reddingboot uit de Nikolaas-klasse. Hoewel deze boot 9 meter lang is is het een van de kleinste boten waarmee de KNRM vaart. Net als de andere boten uitgerust met een waterjet, zodat er geen schroef onder water ronddraait en de boot ontzettend wendbaar is. En net als de andere boten voorzien van een zodanige motor dat een topsnelheid van 35 knopen (ca. 70 km per uur) gehaald kan worden. Voor de niet-vaarders: dat is Hard!

Schippers Leon Boeije en Gerard Wolse lieten ons ervaren hoe snel dat is. Al haalt de boot met 14 mensen aan boord niet de topsnelheid, hard gaat het. En zeker in het donker is dat mooi varen.

IMG_9499

Nee, zelf varen zat er niet in. Even achter het stuur in het boothuis wel 😉

ALS

ALS.
Amyotrofische Laterale Sclerose.

De laatste jaren is er de nodige aandacht gegeven aan deze dodelijke ziekte. Wereldwijd zijn er zo’n 400.000 patiënten. In Nederland zo’n 1.500. Elk jaar komen er 500 patiënten in ons land bij. En elk jaar overlijden er ook 500.
Dat zijn, zeker in vergelijking met andere aandoeningen, niet zo heel veel mensen. De impact van de ziekte voor degenen die het krijgen, en hun omgeving, is daardoor echter niet minder.

ALS is een ziekte waarbij de doorgifte van signalen van de hersenen naar de spieren geblokkeerd raakt. De zenuwen doen hun werk dus niet meer goed. Hierdoor verdwijnen de spieren. Alle spieren, behalve de hartspier, raken aangetast. Meestal overlijden ALS-patiënten doordat de ademhalingsspieren uitvallen.
Hoe het komt dat de zenuwen de signalen niet langer doorgeven is niet bekend. Wel is inmiddels bekend dat de ziekte in sommige gevallen erfelijk is. (Voor een animatie met veel informatie: Stichting ALS. Zie ook de website: www.als.nl)

De gemiddelde levensverwachting van patiënten met ALS is drie tot vijf jaar. Dat wil zeggen: na de eerste symptomen. Dus niet na het stellen van de diagnose. Dat moment kan best ver uit elkaar liggen, de klachten zijn in eerste instantie soms vaag en worden niet herkend als symptomen van ALS. Of worden überhaupt niet ervaren als klachten maar als zaken die bij het ouder worden horen. De werkelijkheid is dan helaas een heel andere.

Vorig najaar kwamen wij hardhandig in aanraking met deze werkelijkheid. Al enige tijd had mijn vader problemen met zijn rechterarm. In eerste instantie werd dit door de neuroloog bestempeld als een amyotrofische schouderneuralgie. Dat is een (weet ik helaas uit ervaring) heel vervelende aandoening waarbij je schouderzenuw aangetast raakt en daardoor je arm niet meer goed wordt aangestuurd. Dat leidt tot krachtverlies. Uiteindelijk komt dat echter weer goed: je lichaam herstelt de schouderzenuw en ook de spieren herstellen zich.

Bij mijn vader trad echter geen verbetering op. De klachten bleven verergeren en gedurende de zomer leken ook andere spieren aangetast te worden.
Uiteindelijk heeft onderzoek bij het ALS-centrum in Utrecht op 30 november 2015 de diagnose ALS opgeleverd. Geen verrassing (meer), wel een hard gelag.

Terugkijkend zijn de klachten zo’n drie jaar geleden al begonnen. Maar zoals mijn vader zelf zegt: ‘ik was nog nooit zo oud geweest’, dus in eerste instantie leken de klachten niet vreemd. Als je wat ouder wordt horen sommige dingen er nu eenmaal bij. Sommige dingen echter niet.

Inmiddels is mijn vader al behoorlijk gehandicapt. Hoe snel het verdere verloop van de ziekte in zijn geval zal zijn is niet bekend, dat is voor iedere patiënt anders.
Voor ons betekent het dat we helpen waar we kunnen. Mijn moeder draagt het leeuwendeel van de mantelzorg, maar waar mogelijk springen wij uiteraard bij.
En zo raken we met zijn allen ineens verzeild in een wereld waarvan we voorheen het bestaan slechts zijdelings kenden: de zorg.

Natuurlijk is het niet leuk. En natuurlijk zouden we dit liever niet meemaken.
Maar het is zoals het is en we maken er het beste van. Veranderen kunnen we het immers toch niet, dus genieten we van wat we (nog) hebben. En heel soms kruipen we even onder tafel en doen we even niet meer mee. Eventjes.

Post

Ongeveer een jaar geleden begon ik mijn postproject.

Ik nam me voor elke week een brief te schrijven, een heel jaar lang. Dat is me niet gelukt. Ik schreef behoorlijk wat brieven (en uitgebreide kaartjes, die telde ik ook mee), maar niet elke week. Ik heb niet eens precies de score bijgehouden. Mijn excuses aan de cijferfetisjisten onder jullie…

Sommige ontvangers van mijn schrijfsels schreven, soms zelfs met regelmaat, terug. Sommige niet.
Allemaal goed.

Zelf vind ik het nog steeds heerlijk om brieven te schrijven. En om post te krijgen. Ik ga dus gewoon door met mijn project.
Mijn streven? Meer brieven schrijven dan vorig jaar (lekker makkelijk K:)dootje, als je niet weet hoeveel je er geschreven hebt!) en nog meer mensen laten zien hoe leuk het is om brieven te krijgen en ook zelf te schrijven.

Waar ik zoal over schrijf? Boeken die ik lees, dingen die ik meemaak, gedachten die in mijn hoofd ronddwarrelen, noem maar op. Het hoeft allemaal niet ingewikkeld te zijn. Zoals ik al eerder schreef gaat het om de aandacht die je aan de ontvanger schenkt door de tijd te nemen om een brief te schrijven. Dat het schrijven en passant voor jezelf ook leuk is is natuurlijk mooi meegenomen!

Wie het leuk vindt om een brief te krijgen mag zijn adres mailen naar k_dootje@me.com!

Wijnproeven

  
Gisteren hadden we een wijnproefavond op mijn club. Frank, van Wijnimport J. Bart liet ons zes witte en zes rode wijnen en een cava proeven. Janet, de kok van De Zeeuwse Rozentuin, maakte daar zes heerlijke gerechten bij. 

  
Aan onze tafel, met niet geheel toevallig dezelfde tafelschikking als vorig jaar, werd er uiteraard zeer serieus geproefd van al het lekkers. Misschien ook niet geheel toevallig ontaardde het aan onze tafel net als vorig jaar in kwalificaties die niet allemáál geschikt zijn voor een breder publiek. 

  
Ik kan me niet voorstellen dat het aan andere tafels ook is gegaan over knuppels, berenvellen, tijgerbikini’s, konijnenslippers en je innerlijke primitieve schaap. Er waren ook weinig andere tafels waar men de slappe lach kreeg. (Nogmaals excuses aan die andere tafels)

  
Wat het opleverde? Dat ik nog steeds vrij weinig weet van wijn (behalve wat ik wel en niet lekker vind), dat we helaas niet op ons achterdek aan de Mediterranée zaten, dat we onze wijnvoorraad aanvulden en daarmee het goede doel steunden, dat we heerlijk gegeten hebben en dat het heel gezellig was. 

  
O, en voor degenen die zich daar zorgen over zouden kunnen maken: ik was Bob. En dat kwam goed. 

  

Ciabatta

Vorige week vrijdag was het nog een dag mooi weer. Misschien we de laatste zomerdag van dit jaar. Hopelijk niet, maar we hebben toch maar het zekere voor het onzekere genomen en de zomer gevierd. 

Ik was vrijwel de hele dag aan huis gekluisterd.  

 De schilder kwam namelijk onze nieuwe voordeur schilderen. En die moest natuurlijk drogen.

Afijn, dat gaf mooi gelegenheid voor allerlei klusjes en wat voorbereidingen voor ’s avonds. Zomer vier je immers heel goed met een barbecue. ’s Morgens toen de schilder nog bezig was ging ik even snel naar de slager, Meneer K:) dootje bracht een bezoek aan de kaasboer tijdens zijn lunchwandeling en Lies en Yep zouden de salade en de drank verzorgen. Maar bij barbecue hoort ook brood natuurlijk. 

  Aan de slag dus. 
Ik vind dat altijd leuk, deeg maken en dan het wonder van het rijzen ervan meemaken. 

Dit keer werd het ciabatta. Twee ciabatta’s zelfs. Een ‘kale’ en een met zeezout en fijngehakte rozemarijn.  

 De vormgeving is lekker rustiek ;), maar dat doet gelukkig aan de smaak niet af. 

Dat staat toch geweldig op tafel, zelfgebakken brood?  

 Het experiment met zeezout en rozemarijn was goed gelukt, al mag er wat minder zout in volgende keer. 

  Glaasje roze bubbels erbij, heerlijke Franse kaas, meer moet dat niet zijn…

Vaartocht Gehandicapten

Gisteren was het weer zover: de jaarlijkse vaartocht voor gehandicapten die de Stichting Arti organiseert. Het was alweer de 35e keer dat we gingen varen. 

Al bijna twintig jaar regel ik de boten voor deze vaartocht. Er wordt namelijk gevaren op boten van particuliere schippers die geheel belangeloos hun boot een middag delen met een aantal gehandicapten en hun begeleiders. 

Het is elk jaar weer een groot feest! Dit jaar waren er bijna 140 aanmeldingen, maar gelukkig ook ruim voldoende schippers en boten. Maar liefst 28 schepen voeren mee!

Zo’n dag begint voor ons al rond een uur of tien, al gaan we pas ’s middags varen. Want genoeg pannenkoeken bakken voor al die mensen kost natuurlijk wel even tijd. Gelukkig zijn de bakkers van Arti inmiddels geoefend en onder leiding van pannenkoekenkoning Marcel waren ze vlot op gang.  

 Intussen bouwden de mannen van Boogaard een schitterende oprijlaan voor het aan boord zetten van de rolstoelen.  

 De schippers versierden hun boot met vlaggetjes. En vanaf een uur of een kwamen de passagiers. Als iedereen er is kunnen we ‘eindelijk’ 😉 beginnen met inschepen. Dat is logistiek natuurlijk best een avontuur, de hulptroepen lopen van hot naar her en de boten varen af en aan. Maar iedereen is zo op elkaar ingespeeld dat met een half uurtje iedereen zijn plekje heeft gevonden.

De boten die hun passagiers al aan boord hebben wachten buiten de haven op de rest en als dan de boot met de band verschijnt kunnen we weg!  

Dweilband Vals Alarm is de huisband van de boottocht.  

We varen een rondje over het Veerse Meer, vanaf de jachthaven in Wolphaartsdijk tot ongeveer Geersdijk en terug.  

 Als iedereen met behulp van de sterke mannen weer is uitgescheept is het tijd voor de pannenkoeken!  

    
    En nog meer muziek, Vals Alarm was nog niet moe!  
   Nadat alle passagiers weer opgehaald waren was er voor de schippers en bemanningen een heerlijke barbecue om nog gezellig na te praten.  
 De gezelligheid hield lang aan: na het eten werden de gesprekken voortgezet aan de bar in ’t Oorlam. Uiteindelijk, tegen half twaalf, konden de voetjes omhoog.  

 Aaaaaahhhhh!

Het was weer geweldig. Op naar volgend jaar. 

Alle schippers, bemanningen, pannenkoekenbakkers, sjouwers, de reddingsbrigade, bonnenkoning Rob, nauwgezet secretaris Glenn, havenmeester Erwin, Eveline en Hans: buitengewoon bedankt!!

Roze frieten!

Eerder schreef ik over de oogst van de roze aardappels. 

Eerder deze week aten we de eerste Rozeval aardappeltjes, verwerkt in een ovenschotel. Niet zo fotogeniek, met room erbij en nog zo wat. Ze waren wel erg lekker. 

Vandaag oogstte ik Al onze worteltjes:  

 Niet zo’n grote oogst dus. Gelukkig lagen er nog wat gekochte wortels en oogstte ik nog een courgette waar ik salade van kon maken. Zo hadden we toch een fatsoenlijke hoeveelheid groente per persoon. 

Bij de wortels zouden we schnitzels en aardappels eten. Maar schnitzels vragen eigenlijk wel een beetje om friet. Toch? Dus dat maakte ik. 

  Ongeschild. Dat spreekt. Mooi hè?
Eenmaal gefrituurd is de kleur wel minder fel, maar nog steeds roze:  

 Ik vind het leuk. 

Experiment 

Zondag barbecueden we met Lies en Yep omdat…. 

Moet er een reden zijn? Nee. 

Opnieuw. 

Zondag barbecueden we met Lies en Yep. 

Op enig moment spraken we over experimenten. De aanleiding daarvoor was geitenkaas op de barbecue. Het gesprek kwam op de vraag wanneer een experiment geslaagd is. Volgens mij is een experiment geslaagd als er een uitkomst is. Als die uitkomst niet is wat je had gehoopt, verwacht of gewild wil dat nog niet zeggen dat het experiment is mislukt. Dat is het wel als er iets mis is gegaan met het experiment. Of als het experiment gestaakt is en geen uitkomst heeft. Bijvoorbeeld. 

Afijn. 

Later ging het over kurken. Kurken kurken. Van wijnflessen. Daar schijn je met behulp van spiritus aanmaakblokjes voor de barbecue van te kunnen maken. 

Ik vond in de keukenkast een potje kurken. In de schuur stond nog spiritus. En nu heb ik dus een experiment. 

  

Kermis

Ik houd helemaal niet van de kermis. Al die vreselijke attracties waar ik al hartkloppingen van krijg als ik er alleen nog maar naar kijk. 

Ik houd wel van lichtjes. En van mensen kijken. En van de opwinding, de sfeer die de kermis mee naar de stad brengt. 

Hier in Goes is het kermis. Midden in de stad. In onze tuin horen we de elektromotor van de Booster en het gegil van de passagiers. 

Zaterdagavond gingen we een rondje over de kermis. In het (bijna) donker, want dan zijn de lichtjes mooier. Het regende een beetje, waarschijnlijk was het daarom niet zo heel druk. 

Maar de sfeer was er. De lichtjes ook. En de mensen. 

Misschien houd ik toch wel een beetje van kermis. 

   
    
    
    
 (Dit was wel een heel lief achtbaantje!)