Wijnproeven

  
Gisteren hadden we een wijnproefavond op mijn club. Frank, van Wijnimport J. Bart liet ons zes witte en zes rode wijnen en een cava proeven. Janet, de kok van De Zeeuwse Rozentuin, maakte daar zes heerlijke gerechten bij. 

  
Aan onze tafel, met niet geheel toevallig dezelfde tafelschikking als vorig jaar, werd er uiteraard zeer serieus geproefd van al het lekkers. Misschien ook niet geheel toevallig ontaardde het aan onze tafel net als vorig jaar in kwalificaties die niet allemáál geschikt zijn voor een breder publiek. 

  
Ik kan me niet voorstellen dat het aan andere tafels ook is gegaan over knuppels, berenvellen, tijgerbikini’s, konijnenslippers en je innerlijke primitieve schaap. Er waren ook weinig andere tafels waar men de slappe lach kreeg. (Nogmaals excuses aan die andere tafels)

  
Wat het opleverde? Dat ik nog steeds vrij weinig weet van wijn (behalve wat ik wel en niet lekker vind), dat we helaas niet op ons achterdek aan de Mediterranée zaten, dat we onze wijnvoorraad aanvulden en daarmee het goede doel steunden, dat we heerlijk gegeten hebben en dat het heel gezellig was. 

  
O, en voor degenen die zich daar zorgen over zouden kunnen maken: ik was Bob. En dat kwam goed. 

  

Onbreibare wol

  Al weer een tijd geleden kreeg ik van Lies de vraag of ik haar onbreibare wol asiel wilde verlenen. Maar natuurlijk. Alle wol verdient asiel! Het was ook niet zo dat Lies de wol op straat wilde zetten, maar zelfs na jaren marineren was het nog niet tot een project getransformeerd. Lies vond dat de wol beter verdiende. 
Toen ik het kreeg was het midden in de zomer. Niet zo’n goed moment voor wol. Dat is toch meer de tijd voor katoen en ander luchtigs. Wel schoten er meteen een paar ideeën door mijn hoofd. 

Toen ik onlangs weer eens in mijn favoriete wolwinkel was (Atelier Bernardien in Oostkapelle) moest ik weer aan de onbreibare wol denken. En aan een van de ideeën die ik daarover had. Kort en goed: ik kocht op de gok een hoeveelheid donkerblauwe wol (Lana Grossa Bingo).

Een paar weken heb ik me in kunnen houden en eerst andere projecten af gemaakt. Hoewel er nog genoeg ligt kon ik het geroep van de onbreibare wol gisteren niet langer verdragen. Ik was natuurlijk niet vreselijk nieuwsgierig hoe het zou worden en of het effect dat ik in gedachten had ook werkelijkheid zou worden. Nee, ik vond het gewoon zielig voor de wol. Zó dicht bij een bestemming en dan nog zó lang moeten wachten. Pffff…

  Tadaaa! 

Onbreibare wol is (mee-)haakbaar!

  Met dank aan het schitterende weer buiten (ahem) voor de briljante belichting (ahem). Er zitten dus ook nog op de foto onzichtbare glitters in.
In elk geval: het werd een col, hij is heerlijk zacht en warm, de onbreibare wol is nog maar voor de helft op, de blauwe wol voor meer dan de helft, ik moet nodig weer naar de wolwinkel, het is weer voor warme dingen en mijn andere projecten voelen zich achtergesteld. 

Had ik al gezegd dat ik hem leuk vind?

(De onbreibare wol is van Natural Yarns, Adèle’s Mohair, Magic Balls, kleur Midnight. De donkerblauwe wol van Lana Grossa, Bingo, kleur 014).

De muts haakte ik ook pas. Daar vertel ik misschien volgende keer wel over. 

Fire in the hall!

Dit voorjaar maakten de tuinmannen een prieel in onze tuin. Daar moet (nog steeds) een dak op komen zodat we een overdekt terras krijgen achterin de tuin. 

Bij een overdekt terras hoort, vind ik, ook verwarming. Een traditionele vuurkorf is onder een afdak niet echt handig. Een haard met schoorsteen is ook niet praktisch met een kunststof dak. Kortom, het was even zoeken. 

Uiteindelijk vond ik Magma. Een haard zonder schoorsteen maar wel afgesloten aan de bovenkant. Verplaatsbaar. En volgens de omschrijving bruikbaar bij een afdak omdat de warmte naar voren gaat en een geringe hoeveelheid rook wordt beloofd door ‘clean burn technology’*.

Gelukkig was Meneer K:)dootje vroeger bij de scouting en kostte het weinig moeite hem ervan te overtuigen dat we zo’n tuinhaard nódig hebben. Nog gelukkiger bleek de spaarpot met verjaardagsgeld, nieuwjaartjes-van-oma en andere redenen om geld in een spaarpot te stoppen zo vol te zijn dat het net leek alsof we heel doelgericht voor een tuinhaard spaarden. 

Uit praktische en esthetische overwegingen (ok, en een klein beetje financiële) bestelde ik de versie van Cortenstaal. Bewust roestig dus. 

Vorige week belde de pakjesbezorgmeneer. Met een enorme doos  

 Daarin zat een glimmende Magma.  

 Huh? Glimmend? Maar… Ik wilde toch een geroeste? 

Gelukkig regelde dat zichzelf snel. Na één dag buiten (ja, echt!) zag hij er al zo uit:  

 Het roest verscheen dus al snel en inmiddels is hij mooi koperkleurig roestig.  

 En hij doet het geweldig! Het is nog een klein beetje experimenteren hoe we zo weinig mogelijk rook maken (sorry buren…), maar dat gaat steeds beter. 

Er is toch niks mooiers dan in de vlammen staren?  

*omdat de rook door het vuur heen naar buiten gaat zou het geen rook meer moeten zijn. Ofzo. 

Ciabatta

Vorige week vrijdag was het nog een dag mooi weer. Misschien we de laatste zomerdag van dit jaar. Hopelijk niet, maar we hebben toch maar het zekere voor het onzekere genomen en de zomer gevierd. 

Ik was vrijwel de hele dag aan huis gekluisterd.  

 De schilder kwam namelijk onze nieuwe voordeur schilderen. En die moest natuurlijk drogen.

Afijn, dat gaf mooi gelegenheid voor allerlei klusjes en wat voorbereidingen voor ’s avonds. Zomer vier je immers heel goed met een barbecue. ’s Morgens toen de schilder nog bezig was ging ik even snel naar de slager, Meneer K:) dootje bracht een bezoek aan de kaasboer tijdens zijn lunchwandeling en Lies en Yep zouden de salade en de drank verzorgen. Maar bij barbecue hoort ook brood natuurlijk. 

  Aan de slag dus. 
Ik vind dat altijd leuk, deeg maken en dan het wonder van het rijzen ervan meemaken. 

Dit keer werd het ciabatta. Twee ciabatta’s zelfs. Een ‘kale’ en een met zeezout en fijngehakte rozemarijn.  

 De vormgeving is lekker rustiek ;), maar dat doet gelukkig aan de smaak niet af. 

Dat staat toch geweldig op tafel, zelfgebakken brood?  

 Het experiment met zeezout en rozemarijn was goed gelukt, al mag er wat minder zout in volgende keer. 

  Glaasje roze bubbels erbij, heerlijke Franse kaas, meer moet dat niet zijn…

Vaartocht Gehandicapten

Gisteren was het weer zover: de jaarlijkse vaartocht voor gehandicapten die de Stichting Arti organiseert. Het was alweer de 35e keer dat we gingen varen. 

Al bijna twintig jaar regel ik de boten voor deze vaartocht. Er wordt namelijk gevaren op boten van particuliere schippers die geheel belangeloos hun boot een middag delen met een aantal gehandicapten en hun begeleiders. 

Het is elk jaar weer een groot feest! Dit jaar waren er bijna 140 aanmeldingen, maar gelukkig ook ruim voldoende schippers en boten. Maar liefst 28 schepen voeren mee!

Zo’n dag begint voor ons al rond een uur of tien, al gaan we pas ’s middags varen. Want genoeg pannenkoeken bakken voor al die mensen kost natuurlijk wel even tijd. Gelukkig zijn de bakkers van Arti inmiddels geoefend en onder leiding van pannenkoekenkoning Marcel waren ze vlot op gang.  

 Intussen bouwden de mannen van Boogaard een schitterende oprijlaan voor het aan boord zetten van de rolstoelen.  

 De schippers versierden hun boot met vlaggetjes. En vanaf een uur of een kwamen de passagiers. Als iedereen er is kunnen we ‘eindelijk’ 😉 beginnen met inschepen. Dat is logistiek natuurlijk best een avontuur, de hulptroepen lopen van hot naar her en de boten varen af en aan. Maar iedereen is zo op elkaar ingespeeld dat met een half uurtje iedereen zijn plekje heeft gevonden.

De boten die hun passagiers al aan boord hebben wachten buiten de haven op de rest en als dan de boot met de band verschijnt kunnen we weg!  

Dweilband Vals Alarm is de huisband van de boottocht.  

We varen een rondje over het Veerse Meer, vanaf de jachthaven in Wolphaartsdijk tot ongeveer Geersdijk en terug.  

 Als iedereen met behulp van de sterke mannen weer is uitgescheept is het tijd voor de pannenkoeken!  

    
    En nog meer muziek, Vals Alarm was nog niet moe!  
   Nadat alle passagiers weer opgehaald waren was er voor de schippers en bemanningen een heerlijke barbecue om nog gezellig na te praten.  
 De gezelligheid hield lang aan: na het eten werden de gesprekken voortgezet aan de bar in ’t Oorlam. Uiteindelijk, tegen half twaalf, konden de voetjes omhoog.  

 Aaaaaahhhhh!

Het was weer geweldig. Op naar volgend jaar. 

Alle schippers, bemanningen, pannenkoekenbakkers, sjouwers, de reddingsbrigade, bonnenkoning Rob, nauwgezet secretaris Glenn, havenmeester Erwin, Eveline en Hans: buitengewoon bedankt!!

Roze frieten!

Eerder schreef ik over de oogst van de roze aardappels. 

Eerder deze week aten we de eerste Rozeval aardappeltjes, verwerkt in een ovenschotel. Niet zo fotogeniek, met room erbij en nog zo wat. Ze waren wel erg lekker. 

Vandaag oogstte ik Al onze worteltjes:  

 Niet zo’n grote oogst dus. Gelukkig lagen er nog wat gekochte wortels en oogstte ik nog een courgette waar ik salade van kon maken. Zo hadden we toch een fatsoenlijke hoeveelheid groente per persoon. 

Bij de wortels zouden we schnitzels en aardappels eten. Maar schnitzels vragen eigenlijk wel een beetje om friet. Toch? Dus dat maakte ik. 

  Ongeschild. Dat spreekt. Mooi hè?
Eenmaal gefrituurd is de kleur wel minder fel, maar nog steeds roze:  

 Ik vind het leuk. 

Experiment 

Zondag barbecueden we met Lies en Yep omdat…. 

Moet er een reden zijn? Nee. 

Opnieuw. 

Zondag barbecueden we met Lies en Yep. 

Op enig moment spraken we over experimenten. De aanleiding daarvoor was geitenkaas op de barbecue. Het gesprek kwam op de vraag wanneer een experiment geslaagd is. Volgens mij is een experiment geslaagd als er een uitkomst is. Als die uitkomst niet is wat je had gehoopt, verwacht of gewild wil dat nog niet zeggen dat het experiment is mislukt. Dat is het wel als er iets mis is gegaan met het experiment. Of als het experiment gestaakt is en geen uitkomst heeft. Bijvoorbeeld. 

Afijn. 

Later ging het over kurken. Kurken kurken. Van wijnflessen. Daar schijn je met behulp van spiritus aanmaakblokjes voor de barbecue van te kunnen maken. 

Ik vond in de keukenkast een potje kurken. In de schuur stond nog spiritus. En nu heb ik dus een experiment. 

  

Kermis

Ik houd helemaal niet van de kermis. Al die vreselijke attracties waar ik al hartkloppingen van krijg als ik er alleen nog maar naar kijk. 

Ik houd wel van lichtjes. En van mensen kijken. En van de opwinding, de sfeer die de kermis mee naar de stad brengt. 

Hier in Goes is het kermis. Midden in de stad. In onze tuin horen we de elektromotor van de Booster en het gegil van de passagiers. 

Zaterdagavond gingen we een rondje over de kermis. In het (bijna) donker, want dan zijn de lichtjes mooier. Het regende een beetje, waarschijnlijk was het daarom niet zo heel druk. 

Maar de sfeer was er. De lichtjes ook. En de mensen. 

Misschien houd ik toch wel een beetje van kermis. 

   
    
    
    
 (Dit was wel een heel lief achtbaantje!)

Kastenb/sjouw deel 1

Vandaag verhuisde ik. 

Nee, niet ikzelf. Ik verhuisde twee kasten. Een grote van beneden naar boven en een kleine andersom. 

Soms moet er gewoon iets ‘anders’. 

De afgelopen week verplaatste ik al een servies naar zolder. Daardoor kan nu het hele servies in de servieskast. Wat in de andere kast weer meer ruimte geeft, waardoor die best wat kleiner mag. 

Vandaag dus de volgende stap: kasten ruilen. En als je alleen thuis bent betekent het trap op en af moeten ook ‘kasten uit elkaar halen’. Gelukkig ben ik gediplomeerd Ikeakastenpuzzelaar. 

Hoewel het nog niet klaar is (het meest rechtse deel van de kast gaat ook nog weg en er komt een laag deel voor terug) ben ik al blij met het resultaat:  

 
Groot bijkomend voordeel? Meer plek voor mijn wolcollectie!  

   
Hopelijk volgt volgende week deel 2.

(Ja, mijn hobbykamer moet nog verder opgeruimd. En er moet een bordje op de deur ‘geen toegang voor rommel’. Want dat wandelt er vanzelf heen. Heus waar.)

Bietjes+

Ik had ook bietjes in de moestuin. Eerder al maakte ik daarmee de traditionele maaltijd bietjes, aardappels en speklapjes, maar dan op alternatieve wijze:  

 Bietjes en aardappels onder, speklapjes op het rooster. Het spek bakt overigens beter als de kolen ‘vrij’ zijn, dus de bietjes en aardappels moesten aan de kant. 

Lies haalde tijdens onze vakantie ook nog wat bietjes uit de tuin. We ontvingen bericht dat ze erg lekker waren. 

Gisteren oogstte ik de laatste. En ook die gingen op de barbecue. Maar wel in stijl:  

 Met knoflook, (verse) marjolein, olijfolie en balsamicoazijn en een beetje peper en zout. 

  Al snel verspreidde de barbecue een weldadige geur. Ahhhhh…..
  Zeebaarsfilet op het rooster toen de bietjes klaar waren en wij hadden weer een voortreffelijke maaltijd! Met nog een klein beetje stokbrood om in de saus te dopen.
En er zijn nog wat bietjes over voor een salade later deze week. Yum! Dit recept mag blijven. (Het is overigens van Jamie Oliver en komt uit het boek ‘De Naked Chef is terug’.)