Afgelopen zondag gingen Meneer en ik barbecueën. Dat doen we wel vaker, dus is dat weinig nieuwswaardig.
De afgelopen maanden hebben we wel een aantal nieuwe recepten geprobeerd / bedacht, waardoor we nu vrijwel de hele maaltijd op de barbecue (kunnen) klaarmaken.
Gegrilde groente is natuurlijk niet echt avontuurlijk, evenmin als gepofte aardappels dat zijn.
Gepofte bietjes met knoflook, daarna verwerkt tot salade, eventueel met geitenkaas of fèta en rucola is wel wat avontuurlijker. Salade van op de kolen geblakerde paprika’s is heel niet vervelend.
Qua vlees was het nog redelijk standaard, vonden wij. Maar afgelopen zondag bedacht ik nieuwe marinade voor de kip: limoncello, (gedroogde) rode peper, olijfolie en zout. Minimaal een half uur marineren. Jum! 
En we maakten al verschillende keren ‘in appelcider gemarineerde zalm met bosui op cederhout’. Nu probeerden we kabeljauwfilet met hete tomatenjam op cederhout. 
Het kan nog wat meer zout hebben, maar ook dit experiment was geslaagd.
Het ziet er leuk uit hoor, limoncello, maar lekker vind ik het niet…

Ziet er gezellig uit zo, toch?
De hele broden zitten inmiddels in de vriezer, de kleine broodjes ga ik zo opeten met mijn lunchdate.
Benodigdheden.
Au bain marie verwarmen.
Stof eerst voorverwarmen en daarna de gesmolten was erover smeren.
Na even in de oven, en een keer omdraaien: drogen, klaar!
Paar keer herhalen: setje!
En dan dus opruimen en schoonmaken…

heerlijk!



Het was fris, maar het uitzicht en het licht waren geweldig. Evenals het eten.
Toen de zon onderging koelde het nog wat verder af.
De tuinfakkels bleven natuurlijk buiten.

Het is een koolrabi in zoutkorst. Het is heerlijk. Al vergde het enig breek- en sloopwerk (en het vegen van de keuken daarna) voordat we het konden proeven.
Met een hamer had ik genoeg argumenten in handen om te winnen van de zoutkorst.



