Met een aantal enthousiastelingen ruimden we op op het strandje bij ‘t Waterhoefje op Noord-Beveland.
Catering
Nadat we eerst door Willem waren versterkt met koffie en een bolus, gingen we aan de slag. Buiten de gebruikelijke snoepverpakkingen, lollystokjes en ondefinieerbare plastic dingesen, vonden we ook heuse schatten:
Een halve VikingEen dinosaurus!Licht in het duisterEen sok…Het stopje van de Oosterschelde?Of misschien toch gewoon een touw…
Het hele strandje ligt helaas vol met dit soort plastic korreltjes, in verschillende kleuren. Vooral veel blauwe en kleurloze. Waarschijnlijk grondstof voor het msken van andere plastic dingen, wat ooit een keer in grote hoeveelheden in het water terecht is gekomen.
Het is vrijwel onmogelijk om het op te ruimen, toch hebben we ons best gedaan. Misschien ga ik nog een keer terug met een zeef.
Vandaag hebben we in elk geval een flinke berg afval verzameld:
Door omstandigheden (niet in de laatste plaats het weer de laatste tijd) komen de racefietsen (te) weinig uit de schuur. Dat vinden we allebei jammer, dus toen we bericht kregen van Huissoon Sport dat de er een toertocht werd georganiseerd vanwege het vijftigjarig bestaan, was dat een mooie aanleiding om weer eens op de fiets te stappen.
We schreven ons in voor de 60 km. We fietsten in juni nog de Delta Ride for the Roses 50 km, dus dat zou moeten lukken, toch?
Toen we inschreven, was het best goed weer. En omdat de tocht in augustus was, leek het ons vrij voor de hand liggend dat het ook dan mooi weer zou zijn.
Nou, het was, uiteindelijk, ook mooi weer. Als je tenminste keek naar de week in aanloop naar 5 augustus… Het was immers droog (toen we fietsten in elk geval) en de wind was redelijk (hooguit windkracht 5). Dat het gemiddeld, inclusief het na afloop binnen napraten en wat drinken maar 17 graden was, en een deel van de route dus maar 15, had ik in elk geval in augustus niet helemaal voorzien.
Hoe dan ook: de route was heel leuk en keurig aangegeven, en omdat ik tegenwoordig een apparaat op mijn fiets heb, kon ik hem ook nog meelezen. En na afloop natuurlijk terugkijken. Dat blijk ik leuker te vinden dan ik vooraf dacht.
Wat ik best bijzonder vond, was dat we vrijwel ongetraind keurig regelmatig konden fietsen. En dat het überhaupt best goed ging, uiteraard.
Er reden een hoop retro-fietsen mee, vanwege het jubileum. Onderweg zagen we er niet zoveel, maar toen we terugkwamen bij Café Baarends, mocht mijn zeker-niet-retro-fiets er even bij staan. Op het biljart was ook de geschiedenis in fietsen te zien. Ik ben blij met mijn 22 versnellingen, vroeger moesten ze het met twaalf doen!
Even stoppen in Oud-Sabbinge.
Nu, een dag later, heerlijk bijkomen en de spierpijn in m’n nek en armen laten wegtrekken. Verder valt het gelukkig mee, is mijn conditie toch minder beroerd dan ik dacht.
Het is hier in ‘de Zak’, en eigenlijk overal in Zeeland, mooi fietsen. Het is echter voor mij ook verdwaalfietsen, want het aantal mogelijke routes is legio.
Om te voorkomen dat ik ofwel eindeloos op de fiets zit, ofwel veel te kort, moet ik voor vertrek dan ook een route uitzetten.
Tot nu toe bestond mijn routebeschrijving uit de te volgen knooppunten op een briefje dat ik op mijn bovenbuis plakte. Met de telefoon in de tas voor eventuele zoekgeraakte bordjes of ander routeleed.
Het aflezen van de knooppunten gaat, als het er niet teveel zijn, best goed. Je moet alleen goed onthouden waar je op je lijstje bent. En niet over kasseien rijden…
Sinds ik van Meneer voor mijn verjaardag onlangs een heusch navigatieapparaat* voor de fiets kreeg, hoef ik niet alleen niet meer te onthouden bij welk nummer is was, maar kan ik ook de route onderweg makkelijk aanpassen.
Vandaag fietsten we het eerste rondje ermee. Het is nog even zoeken naar alle instellingen (waarom blijft hij maar piepen? Ik wil dat niet!), maar verder: handig en fijn!
Het liefst stap ik op de racefiets. In deze tijd van het jaar is dat echter lang niet altijd vanzelfsprekend. Korte dagen, natte (en vieze) wegen, heel veel wind: het is lang niet altijd verstandig op de fiets te stappen. O, en mijn schouders* vinden het ook niet goed, veel en vaak fietsen.
Maar met een beetje goede wil, goede kleding en een klein beetje geluk, lukt het bijna elke week wel een keer om een rondje te fietsen.
Blijven er nog twee keer over.
Zwemmen vind ik ook een fijne manier van bewegen. Omdat het nogal tijdgebonden is (ik heb geen zwembad in de tuin en moet dus rekening houden met de planning van het zwembad…), lukt het me niet elke week.
Toen het in december had geijzeld, ben ik een rondje gaan hardlopen. Nou ja, hard is misschien overdreven, maar harder dan wandelen.
En ondanks dat ik hardlopen al jaren NIET LEUK vind, viel het me goed mee. Ook qua conditie, overigens…
Dus als ik niet kan fietsen of zwemmen, loop ik nu ern rondje hard. Vrijwillig. Ik kocht zelfs nieuwe schoenen (de oude waren bijna museaal). En een nieuwe broek (waar nog wél stretch in zit).
En eerlijk? Het is eigenlijk best fijn. Het is buiten (grote plus), het kan vanuit huis op een moment dat mij uitkomt (bah, wat praktisch) en het is fijn om geweest te zijn.
Dus soms loop ik zelfs nu drie keer in de week. Het moet niet gekker worden.
Ik wandelde vandaag een rondje door het Poelbos. Da’s geen groot bos, ik denk dat sommige mensen ‘bos’ zelfs te pretentieus vinden, maar hé, het heet nu eenmaal zo. Én het is er mooi.
Bijna aan het einde van mijn rondje zag ik dit.
Daslook!
Wat leuk! Dat zag ik nog niet eerder bewust.
Er stonden een paar redelijke ‘vlekken’ bij elkaar in de buurt. Ik schatte in dat ik wel een klein beetje mee zou kunnen nemen zonder grote problemen te veroorzaken.
Voorzichtig stapte ik weg van het pad en sneed (hoera voor mijn zakmes!) hier en daar een blaadje af. Even nadenken hoe ik die blaadjes heelhuids, of in elk geval zo heelhuids mogelijk, mee kon nemen. Uiteraard had ik geen zakje, bakje of iets anders praktisch bij me.
In het grote voorvak van mijn rugzak dan maar.
Dit is alles wat ik meenam, bij elkaar nog geen 20 gram
Even een foto voor Meneer K:)dootje, de chef van dienst. Hij reageerde enthousiast en ging er een recept voor uitzoeken.
We doen op zaterdag meestal boodschappen voor de hele week (nou ja, Meneer doet dat), maar voor de vrijdag ‘zien we dan wel’. Omdat ik op vrijdag niet werk, kan ik boodschappen doen indien nodig.
Vandaag was dat het geval. Dus toen ik toch naar de stad ging om een andere boodschap, liep ik ook even naar de supermarkt. Met een vaag lijstje (‘eten voor vanavond en wat borreldingen’) struinde ik door de gangpaden en graasde mijn boodschappen bij elkaar (o, lekker! Blauwe bessen!).
De supermarkt is pas verbouwd en heeft nu nog maar één kassa met een mens erachter, de rest is zelfscan. Vind ik niks aan. Dus ik sloot achter een mevrouw met een rollator aan bij de echte kassa.
Mevrouw zette haar boodschappen op de band. Ik pakte haar mandje aan om het op de stapel aan het begin van de lopende band te zetten en laadde daarna mijn eigen mandje uit.
Ik stond wat gedachtenloos in de rij te staan, toen ik me realiseerde wat er voor me gaande was. De mevrouw voor me had kennelijk niet genoeg geld bij zich of vond het totaalbedrag te hoog en er werden boodschappen ‘ontscand’ (of hoe noem je dat). Eigenlijk wilde de mevrouw ook nog twee sinasappels teruggeven aan de dame achter de kassa, maar toen ze zag dat er inmiddels nog mensen na mij in de rij gekomen waren, mompelde ze ‘laat maar, anders staan die mensen zo lang te wachten’. Mevrouw rekende af en begon haar paar boodschappen in te pakken. Naast de band stonden een fles wijn en een doosje speculaasjes.
Ik vroeg de dame achter de kassa de wijn en de speculaas weer te scannen, rekende ze af en de dame zette ze bij de boodschappen die mevrouw aan het inpakken was. Verrast keek ze op. ‘Zijn ze wel afgerekend?’ ‘Die mevrouw heeft ze betaald,’ zei de dame achter de kassa.
De mevrouw keek me aan. ‘Goh… Dank u wel. Dat gebeurt me niet vaak, dat ik iets krijg!’ ‘Dan moet u er maar extra van genieten.’
Niet alleen de mevrouw voor me keek blij. Ook de dame achter de kassa. En de meneer achter me in de rij.
Ik hoop dat mevrouw een fijn weekend heeft. Mijn vierenhalve euro vond ik in elk geval goed besteed.
Sinds twee jaar hebben we een houtkachel. Heerlijk!!
Eind van de middag steek ik hem meestal aan. Op een emmer hout brandt hij de hele avond en verwarmt dan de woonkamer tot een zeer comfortabele 20 – 21 graden. Als we ‘s nachts de deur van de woonkamer dicht houden, is het ‘s morgens nog steeds 18 graden, zonder dat de cv daarvoor is aangegaan. Dat het dan in de rest van het huis koud is, is eigenlijk wel fijn. Fris wakker worden!
Bij het aanmaken van de kachel stapel ik blokken van groot naar klein op elkaar, zo dat er een soort schoorsteen ontstaat. Dan ontbrandt hij het snelst.
Helemaal onderop liggen twee kleine houtjes om te zorgen dat er lucht onder de grote blokken door kan, en bovenop liggen natuurlijk ook wat kleine houtjes. Een heel dun houtje gaat in de ‘schoorsteen’-stapel om het vuur van het aanmaakblokje omhoog te trekken.
Die kleine houtjes, aanmaakhoutjes, krijg je door grotere blokken te kloven. Met een bijl…
Meneer vindt het heerlijk om hout te kloven. Eerst de heel grote stukken met een kloofbijl in een handzaam formaat dat in onze kachel past (we hebben maar een kleintje), en dan een paar blokken in aanmaakhoutjes met een scherpe, kleine bijl.
Ik zie mezelf nog niet zo veilig met een scherpe bijl rondzwaaien.
Voor kerst kreeg ik van Meneer een geweldig cadeau, zodat ik wel zelf aanmaakhoutjes kan maken:
Een Kindling Cracker!
Eigenlijk een bijl in een kooitje, waar je een blok hout opzet wat je dan met een hamer naar beneden tikt. Met een hamer zwaaien zie ik wél zitten.
Vanmorgen probeerde ik hem uit:
Klaar!
Zo gebeurd! Echt heel makkelijk.
Enige nadeel: ik maakte met deze vier blokken zo’n voorraad aanmaakhoutjes dat ik voorlopig even niet met mijn cadeau kan spelen.