Ukeleleslaapzak

Ik heb al een paar jaar een ukelele, een sopraan. Voor mij prima, met piano-ervaring (en hypermobiele handen, weet ik inmiddels) kunnen mijn vingers de vereiste bochtjes wel maken.

Zingen is niet mijn sterkste punt, maar ik vind het wel leuk om te doen. En als ik zachtjes zing en erbij op de ukelele speel, valt het best mee. Toch doe ik het vooral als ik alleen thuis ben, al mag Meneer K:)dootje inmiddels wel meeluisteren. Hoewel hij écht kan zingen, levert hij gelukkig geen commentaar op mijn zangkunsten.

Omdat hij de ukelele stiekem ook wel leuk vond, kocht Meneer K:)dootje er onlangs ook een. Een concert-model, ietsje groter dus. Niet alleen is Meneer K:)dootje een stuk groter dan ik, zijn vingers zijn ook iets minder ingesteld op bochtjes.

Nu hebben we er dus twee, en kunnen we inmiddels ook al een beetje samen spelen. Zolang ik het zingen vooral aan Meneer overlaat klinkt het nog goed ook. Als ik wel meezing is het wél leuk, maar niet voor publiek ;).

Mijn mini-uke kwam destijds met een tas. Die van Meneer niet. Omdat het formaat van een ukelele maakt dat je hem makkelijk meeneemt, is een tas wel handig. Want zonder jas naar buiten is niet zo goed voor de stem(ming) van de ukelele. Om het gebrek aan een tas op te lossen ging ik naar de markt en kocht stof. Appelgroene fleece en glimmend donkerblauw. En maakte een slaapzak. Met een handvat, dat wel.

Niet weggooien!

Een tijdje geleden las ik ergens over Too Good To Go, een initiatief om voedselverspilling tegen te gaan.

Via een app laten winkels weten dat ze producten hebben die tegen de uiterste verkoop- of gebruiksdatum aan zitten. De winkels maken pakketten van hun producten en via de app kun je zo’n pakket kopen. De waarde van de producten in het pakket is ongeveer het drievoudige van de prijs die je betaalt.

Het leek me leuk om eens te proberen, dus ik installeerde de app. Gelukkig bleken hier in Goes ook al veel interessante winkels mee te doen.

Het is even uitzoeken hoe je daadwerkelijk een pakket kunt kopen, want ze zijn erg gewild! De meeste winkels zijn binnen een kwartier nadat ze hun pakketten hebben aangeboden al uitverkocht, sommige zelfs in een paar minuten. Betalen van je pakket gaat via iDeal, heel makkelijk.

Afhankelijk van wat de betreffende winkel aangeeft, kun je de volgende dag of soms al dezelfde dag je pakket ophalen. De tijden waarop dat kan zijn goed aangegeven en de app geeft je een herinnering als het bijna tijd is. De winkel moet in de app op jouw telefoon bevestigen dat je je pakket hebt opgehaald.

Tot nu toe hebben we hier al een heleboel voedsel van de vuilnisbak gered:

Een enorme hoeveelheid brood en broodjes van onze vaste bakker. Gelukkig hebben we een vriezer. We zijn inmiddels al drie weken niet meer naar de bakker geweest.

Biefstukken, tonijnsalade, pepersaus, hollandaisesaus en vleeswaren van Hema.

Een week later weer vleeswaren, broodjes, een desembrood en karnemelk van Hema.

Van Hema hadden we ook nog een pakket met vleeswaren, eierkoeken, een afbakstokbrood en chocolaatjes, maar daarvan maakte ik geen foto.

En vandaag haalde ik bij de Jumbo (in Kapelle, die in Goes doen (nog?) niet mee) shoarma, peultjes, worteltjes, tompoucen, een korianderplantje en filet americain op.

Wij zijn maar met z’n tweeën, dus veel dingen gaan meteen de vriezer in om in de loop van de week (of later, zoals het brood en nu de vier pakjes vleeswaren) op het menu te komen. En sommige dingen eten we natuurlijk wel meteen op. Tot nu toe heeft het allemaal prima in onze (redelijk flexibele) maaltijdplanning gepast, zodat we echt niks hebben hoeven weggooien.

En dat we nu wel vleeswaren eten terwijl we die bijna nooit meer kochten om minder vlees te eten? Ik vind het veel vervelender als het helemaal voor niks geproduceerd is, omdat het weggegooid wordt.

Het is bij ons nu een onderdeel geworden van het programma, af en toe een box kopen om zo voedselverspilling tegen te gaan. Dat ik vrij flexibele werktijden heb is daarbij wel erg makkelijk, want de ophaaltijden van de boxen zijn meestal tijdens ‘kantooruren’.

En als het heel veel is, zoals de vijf kilogram appels en peren die Lies bij Zeeuws Groen kocht? Dan delen we! Dus nu ga ik even tompoucen brengen bij Lies en Yep.

Keukenstapel

Ik schreef hier al een paar keer over onze pogingen minder afval te veroorzaken. Op zichzelf gaat dat best aardig. Ondanks een verbouwing met bijbehorende hoop vuilnis heeft onze grijze bak vorig jaar maar vijf keer aan de straat gestaan om opgehaald te worden. En brengen we, in elk geval voor mijn gevoel, minder vaak een volle zak naar de plasticcontainer.

De uitdaging voor dit jaar is natuurlijk om de grijze container nog minder vaak aan de straat te zetten. Ik hoop op één keer, maar met een kat in huis weet ik wel dat dat niet reeël is.

In elk geval deed ik vandaag weer iets wat hopelijk bijdraagt aan minder afval: ik maakte een keukenstapel.

Het is geen weer (licht) om briljante foto’s te maken, maar dit is dus een stapel lapjes ter vervanging van de keukenrol. Losse lapjes oprollen gaat niet zo best, vandaar dat ik ze tissuegewijs heb gevouwen.

Omdat een stapel losse lapjes in de keuken me minder handig lijkt, deed ik ze (voorlopig) in een oude broodtrommel. Ik zoek nog verder naar een wat vrolijker bakje.

Als ze bevallen, maak ik er nog een setje bij. Dat is namelijk zo gebeurd: een grote hydrofieldoek van Zeeman (1,20m x 1,20m) en een kartelschaar is alles wat ik gebruikte. Vooruit, ook nog een meetlint, om lapjes van min of meer dezelfde grootte te krijgen.

Natuurlijk zou ik de lapjes éigenlijk netjes horen af te zomen, en ik zie ook regrlmatig voorbeelden voorbij komen waarbij twee lagen op elkaar zijn genaaid zodat je geen ‘verkeerde’ kant hebt, maar ik denk dat het zo ook wel werkt. Het zijn tenslotte lapjes die bedoeld zijn om vies te worden, niet om mooi te zijn.

We gaan in elk geval hopelijk weer minder afval maken met deze keukenstapel!

Nieuwe jurk

Ergens vorig voorjaar kocht ik een lap stof die een jurk ging worden.

Zoals dat soms gaat, werd de stof dit weekend een jurk.

Eindelijk.

(foto-eer: Meneer K:)dootje)

Een wikkeljurk, het patroon stond ooit eens in La Maison Victor* en heet Elisa.

Het stofje komt van de markt en meer weet ik er niet meer van. Ja, dat mijn naaimachine het bij het begin van een naad graag opeet. Door een stukje patroonpapier mee te naaien aan het begin van elke naad of als er een andere naad werd gekruist, was dat gelukkig verholpen.

Het was geen heel erg ingewikkeld (pun intended) patroon, maar uiteraard was ik er desondanks een hele middag mee bezig. Met het naaien, het patroon raderen en de stof knippen deed ik vrijdag en zaterdag al.

En nu mag ik op de bank hangen. Met een boek. Of een breiwerk… 😉

*nummer 4 van 2014

Blauw!

Na een paar dagen het spelletje bril-op-bril-af op kantoor bleek uit de oogmeting van de opticien dat nieuwe glazen een goed idee waren.

Omdat ik mijn bril al bijna zes jaar had, was het advies een nieuw montuur te kiezen. Als mijn kunststof montuur zou sneuvelen bij het inzetten van de nieuwe glazen, waren er geen onderdelen meer te bestellen en zouden de nieuwe glazen ook meteen waardeloos zijn.

Afijn, samen met mams een nieuw montuur gekozen (dat vind ik niks, in mijn eentje), met als commentaar van de opticien: ‘ga je vreemd?’.

Mijn nieuwe bril is namelijk Blauw.

En ik had dus zes jaar Rood

Vanmorgen kreeg ik bericht dat mijn nieuwe bril al klaar was. Ik was al in de stad, dus meteen opgehaald natuurlijk.

En nu moet ik wennen. Aan het blauwe in plaats van het rode randje om mijn beeld. En aan het prisma, dat ik eerst niet had.

Dit is mijn gebruikelijke zelfie-blik. Zien jullie meteen waarom ik geen zelfies maak.

Dank je wel voor de snelle service Optiek De Jonge!

Linjaa!

Zondag gingen we met Lies en Yep naar De Pont. Dat was prachtig en daar ga ik ook nog wel wat over schrijven misschien, maar eerst dit.

Meneer K:)dootje en Yep zijn samen jarig, binnenkort weer. In de museumwinkel van De Pont vond ik een cadeautje voor hen samen. Zondag na de heerlijke door Lies bereide maaltijd (frietjes met stoofvlees) kregen de heren meteen hun cadeautje. En daar moesten we mee spelen.

Heel leuk vormgegeven, zelfs het doosje (dan heb je mij al…):

Tachtig kleine kaartjes met allerlei lijntjes erop. De kunst is een lange lijn te maken, of een gesloten vorm. Dat lijkt niet ingewikkeld, maar met nog vier andere mensen aan tafel met elk hun eigen plan blijken de mogelijkheden tot vooruitplannen beperkt. Om precies te zijn: een kaartje lang. Gemiddeld.

Het fotograferen van de grijze kaartjes met fel oranje lijnen is een uitdaging, zeker bij lamplicht. Maar goed, om het principe te demonstreren doet de foto wel dienst.

Onze ‘gesloten vormen’ bereikten nog geen grotere omvang dan zes kaartjes, de langste lijn liep over dertien kaartjes.

We speelden de variant waarbij iedereen maar een kaartje op handen heeft. Het kwam desondanks in twee potjes maar twee of drie keer voor dat iemand echt nergens kon aanleggen.

Behalve dat het mooi is vormgegeven, is het ook leuk om te spelen. Wij hebben ons in elk geval goed vermaakt, en we zijn elkaar ondanks allerlei al dan niet moedwillige sabotage-acties niet in de haren gevlogen.

Er wordt nu een logeerschema voor Linjaa opgesteld.

Opbergzakje

Of: Restverwerking.

Of: Nog iets gevonden om met mijn nieuwe ding te spelen.

Hoe dan ook: het opvulmateriaal van de verzenddoos van mijn Speedy Stitcher was stevig doek. Duidelijk restjes waarmee de echte zeilmaker niets meer kon.

Ik haalde er nog precies een etui voor onze zeilmakersspullen uit. Of in elk geval voor de Speedy Stitcher.

Misschien dat ik het klittenband nog een keer opnieuw doe, met twee naadjes in plaats van een. Maar vooralsnog zit het vast.

Het resultaat van een gebroken naald

Aan boord hebben we (uiteraard) meerdere zeilbandjes. Een set oude (zie boven) en een set nieuwe. De oude zijn van lekker stevig materiaal, niet te stug om te knopen en niet te glad zodat de knopen niet zomaar los gaan. De lusjes zijn helaas aan het doorslijten, waardoor we ze niet meer voor alles kunnen gebruiken.

De rest van de bandjes vertoont nog helemaal geen slijtage. Zonde om ze weg te doen dus. Ik bedacht dat ik het lusje eraf kon snijden en een nieuw lusje kon naaien. De bandjes zijn lang genoeg.

Het afsnijden van het lusje ging prima. Het naaien van het nieuwe lusje was… een uitdaging. Het materiaal is te dik voor de naaimachine (nou ja, voor mijn huis- tuin- en keukenmodel) dus moest het op de hand. Helaas bleek zelfs mijn dikke zeilmakersnaald toch niet stevig genoeg.

Ik bedacht dat ik een bevriende zeilmaker wel kon vragen zijn machine even over mijn zeilbandjes te halen en ging op zoek naar een nieuwe naald.

Toen vond (en kocht) ik een naaimachine. Eentje voor zwaar werk: The Speedy Stitcher.

Compleet met meerdere naalden, waaronder een kromme, en met extra garen.

Was de vormgeving van de verpakking al mooi, de gebruiksaanwijzing is helemaal leuk.

Natuurlijk heb ik hem al geprobeerd, ik had speciaal de zeilbandjes mee naar huis genomen. Eerste (links) en tweede naadje.

Drie weer bruikbare bandjes!

Het ‘speedy’ klopt aardig, al is het ‘netjes en regelmatig’ dan nog wel een uitdaging.

Nu kijk ik steeds rond of ik nog iets speedy kan stitchen. En denk ik steeds aan Suske en Wiske…

O, en zoals volkomen te verwachten viel: ik vergat de naald die ik eigenlijk ging kopen mee te bestellen.

(Bonus: E-sails, de leverancier, gebruikte een restant stevig zeildoek als vulmiddel voor de verzenddoos. Dat wordt nog iets. Uiteraard.)

Sleutel-digidinges-pasjeskoord

De komende paar maanden werk ik tweeëneenhalve dag per week bij een baas om iemand te vervangen die met zwangerschapsverlof is.

Deze werkgever is nogal groot en er lopen ook heel veel mensen rond die er niet werken, dus de personeelsleden dragen verplicht een personeelspas. Je hebt de pas ook nodig om te kunnen printen, iets wat ik in mijn functie regelmatig doe. Het is dus niet alleen verplicht, maar ook handig om je pasje bij je te hebben.

Zolang je een broek aan hebt, of een jasje, is het zichtbaar dragen van je pasje niet zo’n probleem. Er zit standaard zo’n klemmetje aan:

Maar ja, in geval van een jurk is dat toch niet optimaal. Daarnaast is er voor het inloggen in het systeem een digidinges nodig, die je dus ook altijd bij je hebt, want dan kun je op alle werkstations werken. O, en de sleutel van je kamer, want met veel niet-werknemers is een deurslot een vrij eenvoudige manier om vertrouwelijke stukken daadwerkelijk vertrouwelijk te houden.

Afijn, een bosje spullen dus. Een sleutelkoordachtig iets leek me een handige manier om ze bij elkaar te houden. Een aantal jaar geleden kreeg ik eens een handvol van die dingen. De bruikbare delen knipte ik eraf en bewaarde ik.

Met twee gezellige lintjes en de naaimachine maakte ik nu een vrolijk sleutel-digidinges-pasjeskoord. Ik kan morgen georganiseerd naar het werk!

Bamboetrui

Een aantal jaar geleden kocht ik bij Jeanet Jaffari van Blij dat ik brei negen bolletjes Vinnis Colours Serina, een bamboe garen, in drie kleuren: roze, ROZE en paars. Mooi glanzend garen en met een subtiele variatie in de kleur. Ik kocht het destijds met het idee er een shirtje/hemdje met granny squares van te haken.

Toen het garen er een tijdje lag, bedacht ik dat het geen vierkantjes gingen worden (ik houd niet zo van draadjes afhechten en evenmin van het in elkaar naaien van haak- en breiwerk…), maar een gehaakt vestje. Toen ik een eindje onderweg was, beviel dat me toch niet, dus haalde ik het weer uit.

Het garen wachtte min of meer geduldig op het volgende idee. Lees: steeds werd mijn blik erheen getrokken als ik in mijn voorraad rommelde.

Twee (?) jaar geleden ging ik weer breien. Dat kon natuurlijk ook met dat garen! Een trui met een V-hals, met strepen. Dat was wel wat.

Intussen had ik een boek gekocht over het breien van ‘van-boven-naar-beneden-truien’, dus zonder naaiwerk. En die je onderweg kunt passen.

Na een valse start (je moet wel álle instructies netjes volgen, zucht…) ging het wel goed.

Zoiets. Al bleek op dit moment dat dat ik dat passen eerder had moeten doen. Twee maten te groot. Tsja…

Vol goede moed weer uitgehaald en begonnen aan editie vier: Dit keer wél op tijd gepast én alle instructies gevolgd. Zou het dan toch een trui worden? Nu bleef de vraag nog over of ik genoeg garen zou hebben.

Voor één lange mouw in elk geval wel. En het leek erop dat er nog genoeg was voor de tweede ook.

De ROZE was het verst op, en daar moest ik het laatste stuk mee breien. Dus het bleef spannend.

Maar: jawel! Genoeg!*

Net echt, toch? Nu alleen nog even een extra steekje in de punt van de V-hals maken omdat daar een wat te grote steek zit en dus een gaatje. Maar de trui kan mee op vakantie, waar ik hem vast niet nodig ga hebben.

*met dank aan mams voor het maken van de foto en het verduren van mijn ‘ik wíl eigenlijk helemaal niet op de foto’-commentaar.