Ergeren. Of niet.

Ik ergerde me.

Al een tijdje overigens, maar dat terzijde. Met de mondkapjesplicht is kennelijk ook de mondkapjeswegwerpplicht ingevoerd, al heb ik die regel even gemist, geloof ik.

Hoe dan ook: behalve het reguliere zwerfafval, wat volgens mij ook asiel verdient, liggen tegenwoordig overal mondkapjes. Ik vind dat vervelend.

Een tijdje liep ik erlangs. Waar ik andere afvaldingen nog wel eens opraap en meeneem naar de dichtsbijzijnde vuilnisbak, vind ik dat bij mondkapjes toch geen fijn idee. Met blote handen.

Dit weekend stopte ik met me ergeren en kocht ik een afvalgrijper. Opvouwbaar, dus makkelijk mee te nemen.

Daarnet wandelde ik naar de supermarkt, en op de terugweg greep ik afval.

Zakje vol.

Ik ga het niet voor jullie uitsorteren, maar het meest bijzondere wat ik tegenkwam was een afwaskwast (ik zou die missen, denk ik). Qua aantal het grootste aandeel: sigarettenpeuken. En uiteraard moest ik vandaag enorm mijn best doen om er toch nog een te vinden, maar het is gelukt: in de zak zit ook een mondkapje.

Als je wilt weten wat ik verder geraapt heb: wandel een halfuur en kijk welk afval er op straat ligt. Ik denk dat dat een goed beeld geeft.

O, ik raapte ook een flink aantal vriendelijke glimlachen en een leuk gesprekje. Als bonus.

Plastic rotzooi

Gisteren deed onze rotaryclub samen met RC Schouwen-Duiveland mee met NL Doet. We gingen plastic afval opruimen op Neeltje Jans. 

Neeltje Jans is het werkeiland dat is aangelegd voor de bouw van de stormvloedkering in de Oosterschelde.  Het is nu grotendeels natuurgebied en ook een belangrijk broedgebied voor allerlei vogels. 

Het eiland heeft allerlei inhammen, vroegere havens. Vanwege het getij en de wind verzamelt zich op het eiland, in alle inhammen, veel afval. Met name plastic. Dat verteert tot uiteindelijk heel kleine stukjes die vogels en vissen opeten en die ook in de plastic soep terecht komen. Touwen, meestal ook van kunststof, rafelen uiteen tot dunne, stugge draadjes waar dieren in verstrikt kunnen raken. Dit soort rotzooi moet niet in de natuur blijven slingeren. 

Ik vond het dus een heel mooie actie en heb me aangemeld om te helpen opruimen. Wat een troep kwamen we tegen! Heel veel plastic flessen en een eindeloze hoeveelheid touw. En natuurlijk alle mogelijke plastic dingen, zoals slippers, sandalen, aanstekers, emmers, doppen, zakken, wikkels en noem maar op. 

Uiteindelijk hebben we in een paar uur tijd drie volle aanhangwagens troep geraapt. 

   Na een kwartier was er dit. 

   Na een uur dit (twee karren vol, de kruiwagen brachten we zelf mee).

   ’s Middags ontwarde ik draadjes (nou ja, touw) uit de keien. Zakken vol. 

   De laatste oogst van de dag. 

   Nog een volle kar.

   Jan Paul kwam op de fiets langs (38 km enkele reis!) om ons op de foto te zetten: de middagploeg. 

De beloning ’s avonds: een gezellige en smakelijke maaltijd.