Buitenspelen

We zouden met Pinksteren gaan varen. Vanwege het weer op de zaterdag ging dat niet door. Toen hadden we ineens een heel weekend vrij.

Toen vrienden hulp vroegen bij het maken van een houtril als afscheiding tussen hun tuin en een watertje, hoefden we dan ook niet lang na te denken. Toch buitenspelen, maar dan op klompen in plaats van op bootschoenen.

De mensen van ’t Zeeuws Landschap hadden al een stuk gedaan, als voorbeeld.

Na een eerste inspectie werd de taakverdeling gemaakt: de heren gingen bouwen (want ja, dat was met gereedschap, dús voor jongens, kennelijk) en de dames sjouwen. Takkenbezems zijn een vrouwending, kennelijk.

Met beleid en inzicht bepaalden de heren de loop van de ril en de plaats van eventuele paaltjes. Bestaande bomen en struiken gebruiken was natuurlijk de leukste uitdaging.

Intussen sleepten wij nog meer takken aan.

En nog meer.

En nog wat.

Het had trouwens wel wat van mikado, die stapel wilgentakken. ‘Als ik hier trek… DAN KOMT DE HELE STAPEL NAAR ME TOE!!’

De heren bouwden onverdroten voort.

Op een gegeven moment kregen we het sein ‘ril meester’: we waren al bij het einde! Dat ging sneller dan verwacht.

Er waren ook nog takken over. Een paar… stapels zoals deze: Het lijkt wel alsof er weinig gebruikt is, maar gelukkig kun je toch zien dat we best flink wat hout versjouwd hebben als je vanaf de andere kant kijkt:

Als dank voor het helpen buitenspelen mochten we ook nog blijven eten! En even met de ezels knuffelen.

Naaiwerk

Je kunt nooit teveel hobby’s hebben.

Wel te weinig tijd.

Dus gisteravond laat was ik klaar met het in elkaar naaien van deze blouse (? shirt?) die al een tijdje geknipt en wel lag te wachten bij de naaimachine. Strijken vond ik op dat tijdstip geen prioriteit…

Gelukkig is zowel het model als het materiaal niet winters, dus kan ik nu meteen mijn nieuwe shirt (? blouse?) aan.

(Niet mijn grootste talent, mezelf fotograferen)

Het patroon is uit La Maison Victor 2018-5, het stofje van de markt. Het zelfde patroontje is er in zoveel verschillende kleuren dat ik er misschien nog wel wat anders mee maak ook.

Gewas

Een paar keer per week in dit huishouden: gewas.

Ik ben blij dat we het niet meer hoeven doen zoals mijn oma deed: grote ketels water koken, die naar de wastobbe sjouwen, de was met de hand doen, met de hand spoelen, met de hand wringen: pfoe…

Dank aan meneer Miele dus.

Toch doe ik een stukje van de was nu weer ‘met de hand’: ik maak wasmiddel. Omdat ik het wasmiddel uit de winkel vaak te geparfumeerd vind, er teveel nare stoffen in zitten naar mijn zin en omdat ik niet elke keer nieuwe plastic flessen wil kopen. O ja, en omdat ik het ook wel leuk vind.

Het recept keek ik af. Het is heel simpel: 80 gram Marseille-zeep (geraspt) oplossen in een liter kokend water. Dan nog vier liter kokend water erbij gieten en wachten tot het afgekoeld is.

Zeep raspen is niet moeilijk, maar 80 gram is best een berg (foto). Maar: er zijn kennelijk meer mensen die geraspte zeep willen: je kunt tegenwoordig vlokken Marseille-zeep kopen. In een doos van 750 gram, dat is best veel wasmiddel!

Ik heb dus geen pan die groot genoeg is voor zoveel water in een keer, maar ik heb wel veel gaspitten.

Het líjkt pasta…

Ook mijn emmertje is maar nét groot genoeg.

Afkoelen maar! Dat duurt verreweg het langst in het hele maakproces, het water koken is op afstand tweede.

Inmiddels gebruiken we het al een tijdje, voor vrijwel alle was, en het bevalt prima. De was ruikt lekker fris en wordt goed schoon.

Een bijzonder schaaltje

Van Lies kreeg ik pas een schaaltje. Of nou ja, schaaltje…. Meer een doorkijkschijfje met een bijzonder patroon, eigenlijk.

Volgens de verpakking was het toch echt een schaaltje. Een zelfbouwschaaltje. Zelf doen spreekt me altijd aan (Lies weet dat), dus een treffend cadeau.

Volgens de instructie kun je van het spannende schijfje een schaaltje maken door het simpelweg in vorm te duwen. Ja! Een schaaltje!

Ik weet al wat erin moet, maar dat moet ik eerst maken. 🙂

(Het schaaltje heet Push Solo en is van Fundamental.Berlin)

Tochtrollen

Vrienden wonen in een schitterend huis. Een heel mooi oud pand, een monument, dat ze helemaal hebben opgeknapt. Hun droomhuis, en ik denk van wel meer mensen.

Klein nadeel van zo’n monumentaal pand: het heeft geen HR++ ramen en kozijnen. En dat is in een monumentenpand ook niet echt te realiseren. Dus: het tocht onder de schuiframen door. Dan kun je natuurlijk de luiken voor de ramen doen, maar dan is het ook meteen donker binnen.

Enige tijd geleden belde mijn vriendin op: of ik ook dingen op bestelling maak. En zo ja, of ik dan ideeën had voor tochtrollen voor hun schuiframen. Natuurlijk, ideeën te over. Praktische uitvoerbaarheid beperkte mijn gedachtenchaos gelukkig wat. Haken, breien, naaien, kleuren, materialen: nog steeds mogelijkheden te over. Gelukkig had zij wat wensen qua kleuren en dergelijke, dus kwam ik uit op naaien en donkergrijs.

En dan vinden wat je zoekt, dat is nog een uitdaging. Gelukkig hebben we in Goes nog een redelijke sortering handwerk- en fourniturenwinkels, de weekmarkt meegerekend. Toen was het alleen nog wachten tot de gewenste stof voor de hoesjes er was.

Intussen maakte ik alvast de worsten? slangen? slierten? en vulde ze met zand. Vochtig zand, dus mochten ze drogen op de convectorput. Dáár is zo’n put dan weer handig voor. Het drogen was nodig…

Het duurde even, maar daarna kon ik de hoesjes maken. Met klittenband, wat miraculeus in bijna dezelfde kleur verkrijgbaar blijkt als de stof die ik kocht. (Ja, dat zou je van tevoren kunnen nagaan. Dat bedenk ik altijd pas achteraf.)

Toen ik eenmaal uitgevogeld had wat handig was, ging het snel. En kijk: ze doen het! Hoezo ‘dat is geen schuifraam?’

Transport. Ze mochten allemaal bij het raampje zitten.

Nou, zo dan. Bij een schuifraam doen ze het ook.

En ja, ik maak dus wel eens dingen op bestelling.

Verpakkingsvrije koekjes

Al een tijdje probeer ik minder wegwerpverpakkingen het huis binnen te slepen. Ik maakte broodzakken en bijenwasdoeken, kocht bakjes om mee te nemen naar de slager en de visboer en probeer bij andere producten te letten op de verpakking.

Dat is nog niet eenvoudig. Veel producten zijn in plastic verpakt, vaak in meerdere lagen. Een van de ergernissen: koekjes. Zelfs bij de bakker zijn ze alleen verkrijgbaar in een plastic bakje dat in een plastic zakje zit.

Ik zou het prima vinden mijn koekjes mee te nemen in een papieren zakje. Thuis gaan de koekjes in een trommel, zodat ze knapperig blijven. Ook als ze in plastic verpakt waren, want die zakjes scheuren altijd als je het bakje er terug in probeert te schuiven.

Bijkomend voordeel van papieren zakjes zou zijn dat de koekjes dan uitgestald zouden kunnen worden op een grote plaat en je dan zelf je mix kunt samenstellen. dat lijkt mij heerlijk, voor zo’n vitrine staan. ‘Twee van die, zes van die, drie van deze, …’

Maar goed, dat is voorlopig een droom, dus koos ik een andere oplossing: koekjes bakken. Het is me nog niet gelukt álle ingrediënten te vinden zonder plastic verpakking, maar een groot deel wel. Bloem zit in papieren zakken. Kruiden in glazen potjes. Zout in een papieren zak (gaat thuis in een strooibus). Boter in papier. Eieren (van de kippen van Lies) in hergebruikte kartonnen doosjes. Alleen bruine suiker (en sommige andere soorten suiker) heb ik nog niet gevonden zonder plastic verpakking. O, en bakpoeder en gedroogde gist ook niet. Dat zit wel in papieren zakjes, maar die hebben een plastic coating aan de binnenkant.

Hoe dan ook: stukken minder plastic, en leuk om te doen: koekjes bakken.

Vanmorgen maakte ik peperkoeken, uit Home Baked van Yvette van Boven. Dat zijn snelle koeken! In meerdere opzichten, vrees ik. Snel klaar, maar ook snel op… zo lekker!

Wat een licht!

Het wordt alweer lekker vroeg licht én niet zo vroeg donker: joepie! Lente!

Ik haalde mijn step uit de wintermottenballen en ontdekte wat ik deze winter vergeten was: een nieuwe batterij in de kilometerteller doen en ook in het voorlampje.

Gelukkig zit de fietsenwinkel bij ons om de hoek, dus kon ik niet alleen mijn computertje laten voeren, maar ook nog wat extra wind in de banden blazen. Want keiharde banden steppen het best. Klein nadeel: op klinkers maakt mijn step dan een leven als een oordeel. Nou ja, dan hoef ik niet te bellen, men hoort me wel aankomen…

Een nieuwe batterij voor mijn elastieklampje was niet voorradig. En eigenlijk wilde ik ook een krachtiger voorlamp. De fietsmeneer adviseerde welke lampen (want dan ook maar meteen een nieuw achterlicht, waar ik niet tegenaan schop bij het steppen) goed waren.

Thuis heb ik ze netjes gemonteerd. Achterwiel eruit (handig hoor, geen ketting!) , reflector eraf, constateren dat de kleur van de step niet zonbestendig is: , lampje erop: tadaaa!

Voor de voorlamp moest de kroonbout eruit, want daar moet de lamp ook op gemonteerd. Niet moeilijk. Behalve dat de bestaande bout te kort was om de lamp erbij te zetten. Gelukkig had Meneer K:)dootje nog een langere bout, én een hand over om het moertje vast te draaien. Soms zou ik best drie handen willen hebben.

Ik kan weer veilig het donker in! Waar dus steeds minder van is. Goede timing weer…