De komende paar maanden werk ik tweeëneenhalve dag per week bij een baas om iemand te vervangen die met zwangerschapsverlof is.
Deze werkgever is nogal groot en er lopen ook heel veel mensen rond die er niet werken, dus de personeelsleden dragen verplicht een personeelspas. Je hebt de pas ook nodig om te kunnen printen, iets wat ik in mijn functie regelmatig doe. Het is dus niet alleen verplicht, maar ook handig om je pasje bij je te hebben.
Zolang je een broek aan hebt, of een jasje, is het zichtbaar dragen van je pasje niet zo’n probleem. Er zit standaard zo’n klemmetje aan: 
Maar ja, in geval van een jurk is dat toch niet optimaal. Daarnaast is er voor het inloggen in het systeem een digidinges nodig, die je dus ook altijd bij je hebt, want dan kun je op alle werkstations werken. O, en de sleutel van je kamer, want met veel niet-werknemers is een deurslot een vrij eenvoudige manier om vertrouwelijke stukken daadwerkelijk vertrouwelijk te houden.
Afijn, een bosje spullen dus. Een sleutelkoordachtig iets leek me een handige manier om ze bij elkaar te houden. Een aantal jaar geleden kreeg ik eens een handvol van die dingen. De bruikbare delen knipte ik eraf en bewaarde ik.
Met twee gezellige lintjes en de naaimachine maakte ik nu een vrolijk sleutel-digidinges-pasjeskoord. Ik kan morgen georganiseerd naar het werk! 

Zoiets. Al bleek op dit moment dat dat ik dat passen eerder had moeten doen. Twee maten te groot. Tsja…
Dit keer wél op tijd gepast én alle instructies gevolgd. Zou het dan toch een trui worden? Nu bleef de vraag nog over of ik genoeg garen zou hebben.
Voor één lange mouw in elk geval wel. En het leek erop dat er nog genoeg was voor de tweede ook.
De ROZE was het verst op, en daar moest ik het laatste stuk mee breien. Dus het bleef spannend.
jawel! Genoeg!*
Een project met het geërfde garen dat mijn mams en ik al 25 jaar geleden begonnen. Nog steeds leuk, en af en toe doe ik weer een stukje.
‘Jaaaaaaaa!’
Millimeterpapier is scheelmakend…
Ik vond het spannend of mijn zelfbedachte letters in geborduurde vorm goed leesbaar zouden zijn, maar: hoera!! Dat waren ze.
Toen de letters klaar waren moesten er natuurlijk nog plaatjes bij. Op aanraden van mijn allerliefste pic** verdwaalde ik grondig op Pinterest, maar vond ik wel allerlei leuks.
Met als eindresultaat het bovenstaande plaatje. De lijstenmaker is met vakantie, dus nog niet netjes strak en recht, maar ik ben er te blij mee om het niet alvast te laten zien.


De mensen van ’t Zeeuws Landschap hadden al een stuk gedaan, als voorbeeld.
Na een eerste inspectie werd de taakverdeling gemaakt: de heren gingen bouwen (want ja, dat was met gereedschap, dús voor jongens, kennelijk) en de dames sjouwen. Takkenbezems zijn een vrouwending, kennelijk.
Met beleid en inzicht bepaalden de heren de loop van de ril en de plaats van eventuele paaltjes. Bestaande bomen en struiken gebruiken was natuurlijk de leukste uitdaging.
De heren bouwden onverdroten voort.
Het lijkt wel alsof er weinig gebruikt is, maar gelukkig kun je toch zien dat we best flink wat hout versjouwd hebben als je vanaf de andere kant kijkt: 
Dus gisteravond laat was ik klaar met het in elkaar naaien van deze blouse (? shirt?) die al een tijdje geknipt en wel lag te wachten bij de naaimachine. Strijken vond ik op dat tijdstip geen prioriteit…
Dank aan meneer Miele dus.
Zeep raspen is niet moeilijk, maar 80 gram is best een berg (foto). Maar: er zijn kennelijk meer mensen die geraspte zeep willen: je kunt tegenwoordig vlokken Marseille-zeep kopen. In een doos van 750 gram, dat is best veel wasmiddel!
Ik heb dus geen pan die groot genoeg is voor zoveel water in een keer, maar ik heb wel veel gaspitten.
Het líjkt pasta…
Ook mijn emmertje is maar nét groot genoeg.
Of nou ja, schaaltje….
Meer een doorkijkschijfje met een bijzonder patroon, eigenlijk.
Volgens de verpakking was het toch echt een schaaltje. Een zelfbouwschaaltje. Zelf doen spreekt me altijd aan (Lies weet dat), dus een treffend cadeau.
Volgens de instructie kun je van het spannende schijfje een schaaltje maken door het simpelweg in vorm te duwen. 
Ja! Een schaaltje!
Vochtig zand, dus mochten ze drogen op de convectorput. Dáár is zo’n put dan weer handig voor.
Het drogen was nodig…
Toen ik eenmaal uitgevogeld had wat handig was, ging het snel. En kijk: ze doen het! Hoezo ‘dat is geen schuifraam?’
Transport. Ze mochten allemaal bij het raampje zitten.
Nou, zo dan. Bij een schuifraam doen ze het ook.

