Oogsten

Met de moestuin is het dit jaar droevig gesteld. Althans, dat was het tot onze vakantie. 

Vrijwel alles wat ik zaaide of plantte werd slachtoffer van slijmerig ongedierte: slakken. 

Tijdens onze vakantie heeft mijn mams de tuin de broodnodige aandacht gegeven. En een aantal nieuwe plantjes geplant. En, niet onbelangrijk, slakken gevangen. 

Zelf deed ik vanmorgen een rondje door de tuin, na een fikse regenbui. De oogst? Een emmertje vieze beesten: 

De andijvie, boerenkool, prei en bloemkool blijven nu redelijk onaangetast. Dus hopelijk kunnen we straks betere dingen uit de tuin oogsten. 

Overigens: we oogsten al lekkers ook, de bramenstruik staat op vol vermogen. 

En vijgen hebben we ook: 

Nu nog bedenken hoe ik de overvloed aan vijgen ga verwerken. 

Lentedag

Vandaag was het Lente!

Eindelijk tijd om in de tuin te werken terwijl het ook droog genoeg was om in de tuin te kunnen werken. 

Eerst ontgon ik de strook grond bij het schuurtje. Mama kwam helpen en samen haalden we de wortels eruit en egaliseerden we het stukje grond een beetje. Natuurlijk vergat ik een ‘voor’-foto te maken, maar daarna zag het er zo uit:  

 
Daarna spitte ik de kruiden uit die elders in de tuin stonden, op niet zo’n handige plek. We maakten ze schoon en soms ook wat kleiner en zetten ze toen op hun nieuwe plekje.   

  Van voor naar achter: pepermunt, tijm, bieslook, rozemarijn, citroenmelisse, salie. 

Er is nog plek dus ik ga eens bedenken wat ik er nog bij ga zetten. 

Na de koffie hebben we het stuk waar de kruiden vandaan kwamen omgespit en de wortels van de grote struik die daar gestaan had uit de grond getrokken. Dat stuk tuin is alvast klaar voor het inzaaien!

Omdat we onze fitness toen wel gehad hadden mochten we lekker in de zon. Want hoewel het lente is leek het wel zomer. Heerlijk!  

 Het was zo fijn buiten dat Meneer K:)dootje en ik ook buiten gegeten hebben en daarna het tuinhaardseizoen hebben geopend.  

 Het was een fijne dag.

Fire in the hall!

Dit voorjaar maakten de tuinmannen een prieel in onze tuin. Daar moet (nog steeds) een dak op komen zodat we een overdekt terras krijgen achterin de tuin. 

Bij een overdekt terras hoort, vind ik, ook verwarming. Een traditionele vuurkorf is onder een afdak niet echt handig. Een haard met schoorsteen is ook niet praktisch met een kunststof dak. Kortom, het was even zoeken. 

Uiteindelijk vond ik Magma. Een haard zonder schoorsteen maar wel afgesloten aan de bovenkant. Verplaatsbaar. En volgens de omschrijving bruikbaar bij een afdak omdat de warmte naar voren gaat en een geringe hoeveelheid rook wordt beloofd door ‘clean burn technology’*.

Gelukkig was Meneer K:)dootje vroeger bij de scouting en kostte het weinig moeite hem ervan te overtuigen dat we zo’n tuinhaard nódig hebben. Nog gelukkiger bleek de spaarpot met verjaardagsgeld, nieuwjaartjes-van-oma en andere redenen om geld in een spaarpot te stoppen zo vol te zijn dat het net leek alsof we heel doelgericht voor een tuinhaard spaarden. 

Uit praktische en esthetische overwegingen (ok, en een klein beetje financiële) bestelde ik de versie van Cortenstaal. Bewust roestig dus. 

Vorige week belde de pakjesbezorgmeneer. Met een enorme doos  

 Daarin zat een glimmende Magma.  

 Huh? Glimmend? Maar… Ik wilde toch een geroeste? 

Gelukkig regelde dat zichzelf snel. Na één dag buiten (ja, echt!) zag hij er al zo uit:  

 Het roest verscheen dus al snel en inmiddels is hij mooi koperkleurig roestig.  

 En hij doet het geweldig! Het is nog een klein beetje experimenteren hoe we zo weinig mogelijk rook maken (sorry buren…), maar dat gaat steeds beter. 

Er is toch niks mooiers dan in de vlammen staren?  

*omdat de rook door het vuur heen naar buiten gaat zou het geen rook meer moeten zijn. Ofzo. 

Roze frieten!

Eerder schreef ik over de oogst van de roze aardappels. 

Eerder deze week aten we de eerste Rozeval aardappeltjes, verwerkt in een ovenschotel. Niet zo fotogeniek, met room erbij en nog zo wat. Ze waren wel erg lekker. 

Vandaag oogstte ik Al onze worteltjes:  

 Niet zo’n grote oogst dus. Gelukkig lagen er nog wat gekochte wortels en oogstte ik nog een courgette waar ik salade van kon maken. Zo hadden we toch een fatsoenlijke hoeveelheid groente per persoon. 

Bij de wortels zouden we schnitzels en aardappels eten. Maar schnitzels vragen eigenlijk wel een beetje om friet. Toch? Dus dat maakte ik. 

  Ongeschild. Dat spreekt. Mooi hè?
Eenmaal gefrituurd is de kleur wel minder fel, maar nog steeds roze:  

 Ik vind het leuk. 

Bietjes+

Ik had ook bietjes in de moestuin. Eerder al maakte ik daarmee de traditionele maaltijd bietjes, aardappels en speklapjes, maar dan op alternatieve wijze:  

 Bietjes en aardappels onder, speklapjes op het rooster. Het spek bakt overigens beter als de kolen ‘vrij’ zijn, dus de bietjes en aardappels moesten aan de kant. 

Lies haalde tijdens onze vakantie ook nog wat bietjes uit de tuin. We ontvingen bericht dat ze erg lekker waren. 

Gisteren oogstte ik de laatste. En ook die gingen op de barbecue. Maar wel in stijl:  

 Met knoflook, (verse) marjolein, olijfolie en balsamicoazijn en een beetje peper en zout. 

  Al snel verspreidde de barbecue een weldadige geur. Ahhhhh…..
  Zeebaarsfilet op het rooster toen de bietjes klaar waren en wij hadden weer een voortreffelijke maaltijd! Met nog een klein beetje stokbrood om in de saus te dopen.
En er zijn nog wat bietjes over voor een salade later deze week. Yum! Dit recept mag blijven. (Het is overigens van Jamie Oliver en komt uit het boek ‘De Naked Chef is terug’.)

Roze aardappels

Gisteravond kwamen we terug thuis na drie weken vakantie op Karel (verslag volgt).

We ruimden nog wat op en stopten een was in de machine en toen was het tijd om te gaan slapen. Meer dan de gang, keuken, bijkeuken en slaapkamer zag ik dan ook niet. 

Vanmorgen, na mijn rondje hardlopen, liep ik even de tuin in.

Whoa!

Daar was wel wat te doen, zacht uitgedrukt. Meteen maar de snoeischaar gepakt en het prieel en terras ontzet van de pompoen. En de conifeer, vijg, budleia, lelie en het tuinhuis van de buren stellen ook wel prijs op hun privacy, dus daar weefde ik de pompoen maar uit. 

Er groeien nu al vijf grote pompoenen aan de plant, dat is voor ons voorlopig wel genoeg. Aan de plant zitten nog de nodige bloemen, dus misschien krijgen we nog wel meer pompoenen. In dat geval gaan we daar denk ik adoptie-ouders voor zoeken. In elk geval heeft de plant nu weer een béétje een normale grootte.  

 
Ook de braam was erg enthousiast gegroeid. Die kreeg dus ook een knipbeurt. Toen bleek dat onze groencontainer al vol was en de composthoop onbereikbaar, dus eerst maar douchen en aan het werk. 

Vanmiddag was er weer even tijd om de tuin in te gaan. Ik leende een groencontainer en ruimde eerst al het snoeisel van de pompoen en braam op. Daarna ruimde ik de restanten van de erwtjes en het rekje op. Meteen ook maar even de munt en de citroenmelisse gesnoeid, dan ruikt de groencontainer ook lekker fris. 

Tja, en omdat ik toch bezig was kon ik ook nog wel een deel van de aardappels rooien. De Roseval en de Franceline waren er klaar voor.  

 Deze zijn uit een paar ‘vergeten’ aardappeltjes van vorig jaar. Best nog een leuk oogstje zo. 

  Dit is de oogst van vijf (of zes?) pootaardappels die ik van een vriendin kreeg. We kunnen dus even vooruit. En dat terwijl de Vitelotte Noir nog in de grond zit. 
Nu is ook de tweede groencontainer vol. Gelukkig worden ze morgen geleegd, dan kan ik weer verder in de tuin. Een beetje schoffelen en nog wat meer snoeien zullen geen kwaad kunnen…

 

Moestuin-update

Al een paar dagen regent het hier een groot deel van de dag. Ik vind die grijze dagen nogal somber, maar de tuin vindt het helemaal geweldig. Alles ontploft bijna, zo snel groeit het. 

Met al die regen kom ik niet zoveel in de tuin maar vanavond was het lekker droog en kon ik de ‘schade’ opnemen. Oef! Dat wordt dooreten. 

  De pompoen neemt de ruimte. Ergens ertussen groeien nog twee selderieknollen. 
  De aardappels zijn in elk geval boven de grond flink op dreef. Hopelijk doen ze onder de grond net zo hard hun best. 
  Bietjes.
  Erwtjes. Die aten we vanavond, eigenlijk waren ze al aan de grote kant. Maar toch lekker. 
  Weer een handje framboosjes.

De worteltjes zijn aan een inhaalslag bezig en de vijgen zijn met héél veel maar nog niet rijp. De courgette lijkt het na een karige start nu ook goed naar zijn zin te hebben. De braam is vastbesloten in één seizoen weer net zo groot te worden als hij was voordat hij tot de grond afgeknipt werd in verband met de nieuwe schutting, maar dat gaat ten koste van de bramen zelf. Volgend jaar hopelijk weer.

Hoewel je nu natuurlijk in één oogopslag kunt zien wat wat is, is dat niet altijd het geval. De afgelopen weken maakte ik daarom bordjes voor in de tuin. Die kleine groene plastic stekertjes raak ik altijd kwijt. Ik ga er eens op staan, of ik schoffel ze weg. Of meer van dat soort handigs. 
Ik vond niks anders naar mijn zin en zaagde daarom maar een plaat triplex in stukken. Grondverven, lakken, schoolbordverf. Klaar. 

  Ok, dat klinkt een stuk sneller dan het in werkelijkheid ging. 
Ik maakte er 15, dus ik kan even vooruit. 

Het staat wel gezellig toch, die roze bordjes tussen het groen?  

 

Zpanning & ZenZatie

ZZZZZZZZZZZZZZZZZZZ!!!!!!

Huh? Wat?
Dinsdagochtend hoor ik een hoop lawaai van buiten komen. Veel ZZZZZZ! en af en toe een tik tegen het raam. Als ik opkijk zie ik bijen. VEEL bijen.

IMG_7885 (klik op de foto voor een vergroting, dan zie je ze wel)

Ik ga buiten kijken, want het ziet ernaar uit dat ze ergens hier vlakbij neer willen strijken.
Dat klopt. In de heg in onze voortuin om precies te zijn. Niet de beste plek voor een bijenzwerm om te willen wonen, als je het mij vraagt. Maar ja, mij werd niets gevraagd.

SONY DSC

De buren komen ook kijken. Ook zij zijn niet zo gelukkig met de keuze van de bijen. Nieuwe buren zijn leuk, maar dit zijn er wel erg veel tegelijk. En ze maken nogal kabaal.

Omdat de bijen niet van plan zijn uit zichzelf weer te verhuizen ga ik een uit-heg-zetting regelen. Een imker bellen dus. Op internet zoeken naar een imker in Goes levert niet zoveel op. Zoeken op ‘Honing Goes’ levert wel wat op. Een imker met de toepasselijke naam Jan Honing. Zelf heeft hij geen plek meer in zijn kasten, maar hij snort een collega-imker voor me op en die wil de zwerm wel komen halen.

Intussen hebben de bijen het zich gemakkelijk gemaakt in mijn heg.
IMG_7891

SONY DSC

De imker, Henk van der Scheer, arriveert met zijn vangkast.

SONY DSC

Daarin heeft hij zes ramen, waarvan er twee al door een ander bijenvolk zijn opgebouwd met raten. Die maakt hij eerst nat, zodat de geur beter verspreid wordt.
Daarna schudt hij de bijen uit de heg in een emmer.

SONY DSC

En kiept hij ze op de bijenkast.

SONY DSC

SONY DSC

SONY DSC

Dekseltje erop en deze bijen zitten binnen.

SONY DSC

Als de koningin ook al in de kast zit zullen de andere bijen ook de kast in willen. Omdat er nog een aanzienlijk deel van de zwerm (een kleintje volgens de imker, zo’n 5000 bijen) in de heg is blijven plakken schudt hij die er nog uit en giet ze voor de kast. Ze beginnen meteen naar binnen te kruipen, dus het is vrijwel zeker dat de koningin al in de kast zit.

SONY DSC

De bijen die nog voor de kast zitten steken hun achterlijf in de lucht en wapperen met hun vleugels. Zo verspreiden ze de geur van hun koningin zodat de andere bijen van de zwerm weten waar ze moeten zijn.

De bijen zullen in de loop van de dag allemaal de kast opzoeken, ook de nog rondvliegende exemplaren. Tegen de tijd dat het donker wordt zitten de meesten binnen en komt de imker de kast weer ophalen, zo vertelt hij.

Deze bijen zijn kennelijk erg braaf, ze zitten ’s middags al vrijwel allemaal binnen. ’s Avonds heeft meneer Van der Scheer de kast weer opgehaald en de bijen verhuisd naar hun nieuwe stek.

Overigens zouden de bijen na een dag of drie vanzelf weer uit de heg zijn vertrokken. Als bijen gaan zwermen hebben ze namelijk een voorraadje voedsel mee dat toereikend is voor ongeveer drie dagen. Na die tijd moeten ze dus weer op zoek naar eten.

Hoewel het niet echt handig is, een bijenvolk in de voortuin, vond ik het ook wel weer jammer dat ze weg waren. Ik vind het wel fascinerend, zo’n bijenvolk. Ze functioneren met zijn vijfduizenden eigenlijk als één individu.

Deze bijen zullen samen met een of meerdere andere volken een grote zwerm gaan vormen, zo’n 60.000 bijen. Daarvoor voegt de imker ze samen in een kast en haalt hij de koninginnen weg totdat er nog één koningin per kast overblijft.
De bijen gaan ergens hier in de buurt, waar wel ruimte is, wonen. Hopelijk hebben ze het daar naar hun zin.

Meneer Van der Scheer, bedankt voor het ophalen van de bijen en voor alle informatie!