Een jaar later

Vier januari vorig jaar haalde ik Joep op bij de lieve mensen van het asiel. Zonder onze Groentekat was het huis zó leeg, dat hielden we niet lang vol.

Joep kroop, nadat hij verschillende andere verstopplekken geprobeerd had, achter de vriezer in de bijkeuken en woonde daar vier maanden. Hij kwam wel af en toe voorzichtig kijken, maar pfoe, wat was dát eng allemaal. Het leverde hem z’n eigen hashtag op Instagram op: #joepdeverstopkater

Na een tijdje liet hij zich wel aaien, achter zijn vriezer (tranen in mijn ogen hoor, toen hij dat voor het eerst toeliet) en spínnen dat hij deed!

Inmiddels is hij aardig gewend aan ons. Aaien is nog steeds een van z’n hobbies, al durft hij daarvoor nog steeds niet op schoot te komen. Verder is hij buiten erg in zijn element en heeft hij twee vrienden waarmee hij in de tuin speelt. Spelen met ons is ook leuk, voetballen of een touwtje vangen zijn soms heel erg nodig.

En hoewel hij nog niet op schoot durft, komt hij wel gezellig mee werken op kantoor. Zolang ik niet aan het bellen ben, gaat het goed.

‘s Nachts zijn we overigens helemaal niet meer eng, denken we. Hij slaapt graag bij mij op bed, soms zelfs bovenop me. Omdat hij daarbij dan echt heel hard spint, is dat voor mijn nachtrust soms wat minder. Maar gezellig is het wel. 😊

Dierenarts

Joep moest voor de apk naar de dierenarts.

Het was voor het eerst sinds hij bij ons woont dat hij ergens mee naartoe moest, dus we waren heel benieuwd hoe dat zou gaan.

Nou, het in het reismandje doen ging soepel. Het autorijden ook, al vond hij het duidelijk Niet Leuk. De dierenarts was ook nog niet zo heel eng.

Maar toen!

Toen wilde die beste man Joep UIT Z’N KOOITJE HALEN! EN ONDERZOEKEN ENZO!

Nou, de korte samenvatting is: Joep vond van niet.

De lange versie: Joep schoot ervandoor en zat in twee sprongen vanaf de behandeltafel bovenop het rek met de voorraad diervoeding. Hij zocht daar naarstig naar de uitgang van de spreekkamer, maar vond die niet. Ook niet achter de blikjes kattenvoer. Of de zakken hondenvoer.

Hij probeerde het bureau, maar dat bleek ook geen uitgang. De bovenkant van de dossierkast evenmin. En passant voorzag hij nog wat papieren van een poottekening.

Uiteindelijk kregen dierenarts en assistente Joep weer te pakken en ook nog in zijn kooitje. Joep vond wederom van niet, duwde het deurtje eruit en probeerde nog wat plekken van de spreekkamer waar hij eerder niet goed gekeken had.

Wederom wonnen uiteindelijk de assistente en de dierenarts. En werd Joep in een steviger kooitje gezet. Daar kreeg hij z’n inentingen. Het onderzoeken ging, heel gek, niet door…

Joep was inmiddels over z’n toeren, uiteraard, echt sneu om te zien.

Gauw naar huis, waar hij na een korte aarzeling vanuit het kooitje linea recta naar z’n veilige plek rende: achter de wasmachine en de vriezer in de bijkeuken…

Daar heeft hij een flinke poos nodig gehad om weer bij te komen. Dát was echt Heel Spannend!

Gelukkig lag hij ‘s avonds al weer in zijn nestje in de woonkamer. Maar ‘s nachts moest hij duidelijk nog troost komen zoeken. Waar hij normaal ergens halverwege de nacht op mijn bed komt liggen, meestal tegen m’n benen aan, kroop hij nu heel hard spinnend tussen mijn hoofd en m’n schouder en moest z’n pootje af en toe op m’n wang. Dat sliep toch net iets minder comfortabel, hoe lief het ook was…

Inmiddels lijkt hij het weer vergeten, maar of dat echt zo is, zien we volgend jaar, bij ronde twee…

Niet (echt) meer verstopt

Joep is nog steeds druk bezig met wennen. Wennen aan mensen dan, want met katten, huis en buiten heeft hij weinig problemen.

Mensen zijn spannend. En toch ook wel interessant. En soms niet zo eng. Als ze niet bewegen, of doen alsof je er niet bent, of als ze liggen. Dan valt het ook goed mee.

Ik zie niemand, hoor!

Dat mensen minder spannend zijn als ze liggen, betekent dat Joep dan wel op zijn gemakje dichtbij komt, en er gezellig bij gaat liggen. Ik word inmiddels vrijwel elke ochtend wakker geronkt omdat hij naast mijn kussen ligt.

Zodra ik misschien een oog begin open te doen, moet er geaaid worden. En vindt hij het heerlijk om tegen mijn arm aan te gaan liggen. Of er bovenop, waar hij dan toch wel weer van schrikt, zodat hij zich omdraait.

En hij, vanmorgen in elk geval, van het bed valt en zich vast moet grijpen met z’n nagels. Dat leverde mij vanmorgen de eerste verwonding door Joep toegebracht op: een van de dingen waaraan hij zich vastgreep was mijn arm. Au.

Gelukkig liet hij meteen los en ging hij weer terug liggen. Hij heeft zelfs even geprobeerd echt tegen me aan te gaan liggen (warm!!), maar dat was toch nog net te eng.

We komen er wel, Joep en wij.

Joep

Op 27 december hebben we afscheid moeten nemen van onze lieve, gekke, Juul. Groentekat. Na bijna zeventien jaar gekkigheid, kattenkwaad, overal haar en veel liefde was dat een hard gelag. De Juulvormige leegte in ons huis is dan ook veel groter dan Juul ooit was.

Dag lieve Juultje

Zonder Juul vonden we het allebei kaal, saai en leeg in huis. Gezien de hoeveelheid spullen in ons huishouden best een prestatie…

Omdat ik er echt he-le-maal niks aan vond (Meneer K:)dootje was iets minder uitgesproken), ben ik na een week al naar het asiel gegaan om te kijken naar de katten daar. Er waren er veel. Er was nog niet zolang daarvoor een grote groep katten binnengebracht die bij één mevrouw hadden gewoond. Allemaal vrij jonge katten, allemaal op zijn best erg verlegen.

Dit was er een van. Foto van de website van het asiel.

Hoewel hij het spannend vond dat ik kwam kijken, was hij ook wel erg nieuwsgierig naar wat er gebeurde. Dat vind ik leuk. En dat koppie is toch om te smelten?

We hadden die avond nog een nieuwjaarsborrel met de straat bij ons thuis, dus veel te druk voor een kat die aan zijn nieuwe huis moet wennen. Zeker een kat met zo’n voorgeschiedenis. We spraken daarom af dat ik hem de volgende dag op zou halen. Als Meneer K:)dootje het ook goed vond uiteraard.

Gelukkig vond hij dat. Dus toen het éindelijk de volgende dag was, haalde ik Joep op. De dames van het asiel moesten flink hun best doen om hem te pakken te krijgen. Er kwamen flink wat nagels en handschoenen aan te pas. Maar uiteindelijk zat hij in zijn kooitje en mocht hij mee naar huis.

Zoveel mogelijk deuren dicht, zodat hij niet te ver weg kon kruipen en de nieuwe ruimte voor hem ook niet meteen heel groot zou zijn. Hij maakte de ruimte zelf wel heel klein: hij bleef lekker in zijn kooitje zitten.

Toen we ‘s avonds thuiskwamen zat hij achter het gordijn:

Hij had keurig zijn brokjes gevonden en opgegeten en was op de bak geweest. En nu zat hij veilig achter het gordijn. Maar ja, dat ging natuurlijk weer open, de volgende dag. Na wat zoeken voor hem (en hem uit de meest onmogelijke berging op zolder plukken voor ons) besloot hij uiteindelijk na een paar dagen zijn intrek te nemen in de bijkeuken, achter de wasmachine.

Ja, dat ziet er ongezellig uit, op z’n minst. Maar hij voelde zich er veilig, kennelijk. Hij bleef goed eten en drinken. En we zagen dat hij ‘s nachts het huis verkende. Af en toe hoorden we hem ook rondscharrelen, zelfs op de slaapkamer.

Hij vond een slaapplek voor ‘s nachts.

En langzaam gingen we hem af en toe zien. Eerst alleen als het buiten donker was.

En als we dan bewogen, schoot hij weer veilig achter z’n vriezer (dat bleek fijner dan de wasmachine, ze staan naast elkaar).

Beetje bij beetje komt hij nu tevoorschijn. Nog steeds wil hij het liefst in de bijkeuken en de keuken wonen, maar z’n excursies worden steeds ruimer en de gang is ook al bijna veilig gebied, net als de deuropening naar de woonkamer. Inmiddels weten we ook wat zijn hobbies zijn: aaien, in de zon liggen en spelen. Middenin de nacht rechtop in bed zitten omdat het klinkt alsof de keuken verbouwd wordt: met regelmaat. Hij is een echte jongen, voetbal is z’n lievelings. En dat balletje gaat dus de hele keuken door.

De deksel van de wasmand is al gesneuveld…

Aaien doet hij het liefst tot hij kaal is. Als wij hem niet aaien regelt hij het zelf door langs onze benen te wrijven. Je kunt geen stap zetten in de keuken, want dan struikel je over hem. Als we te lang naar zijn zin niet in de keuken zijn geweest, roept hij. Met een heel hoog miewtje. Miauwen mag het niet heten. En zijn geronk als je hem aait, kun je in de woonkamer horen.

We komen er wel, Joep en wij.

Wie wil er nou geen vriendjes met hem worden?