Een relatief recente kersttraditie is dineren op de volkstuin op tweede kerstdag. Dat is natuurlijk geen uitgebreid zes-gangen-drie-sterren-diner, maar met de barbecue, houtkachel en klein gaspitje komen we toch een heel eind.
Dit jaar hadden we een uitgebreide kaasplank bij de borrel, daarna een heerlijke visfilet van de barbecue met op de kachel opgewarmde latkes en een koolsalade. Het toetje brachten we mee uit Engeland:

De pudding, de kleinste die we konden vinden want ‘machtig is nog zacht uitgedrukt’, moest garen/opwarmen door hem een half uur te stomen. Enter houtkachel.

Het duurde iets langer dan een half uur, omdat het wat tijd kostte voordat het water kookte (dat kán ermee te maken hebben dat het water een aanvangstemperatuur van net boven nul had…), maar we hadden de tijd.

Het werd een heel keurig, schattig puddinkje.

En geportioneerd, met de curd erbij, een zeer aangenaam en beschaafd kerstwaardig toetje.
Het was dan wel een van de koudste kersten die we tot nu toe op de tuin hebben gevierd, maar zeker weer een heel warme. Met maar een klein beetje hulp van thermo-ondergoed ;).